Zelf in het zadel

‘Ik heb gisteren al zwaar getraind’ en 4 andere leugens van de chronische wieltjeszuiger

In elke fietsgroep rijdt wel iemand die wonderbaarlijk genoeg altijd achterin de waaier belandt zodra de wind serieus opsteekt. In plaats van eerlijk te bekennen dat hij kopwerk ontwijkt, gebruikt deze beruchte profiteur een vast arsenaal aan creatieve smoesjes.

André van den Ende
2 minuten
Actiefoto van twee wielrenners op een winderige Nederlandse dijk: de voorste zwoegt tegen de wind in, terwijl de achterste fietser relaxed in het wiel hangt en drinkt.

Voor wie dit fenomeen niet herkenbaar is, heeft nooit in een groep gefietst. Je rijdt met je vrienden op een lange dijk en iedereen draait netjes rond om de beurt de wind te vangen. Toch is er altijd die ene fietser die als een magneet aan het allerlaatste achterwiel blijft plakken.

Deze zogenaamde ‘wieltjeszuiger’ heeft het ontwijken van kopbeurten verheven tot een absolute kunstvorm. Terwijl de rest van de groep zich kapot fietst, spaart hij zijn benen en weigert hij behendig elke vorm van verantwoordelijkheid op de weg. Dat gebeurt op onderstaande manier.

1. De vooraf geplande waarschuwing over een zware trainingsweek

Het spel begint vaak al op de parkeerplaats voor vertrek. Nog voordat de fietsgroep goed en wel is ingeklikt, begint de profiteur luidkeels te klagen over zijn enorme spierpijn.

Hij vertelt theatraal dat hij de hele week al intensieve blokkentrainingen heeft afgewerkt op de thuistrainer. Met deze uitgekiende opening dekt hij zichzelf direct in voor de rest van de dag. Het is een briljante psychologische truc om ervoor te zorgen dat niemand hem straks dwingt om het tempo van de groep over te nemen.

2. Een plotseling gevecht met de rits van het windjack

Wanneer de formatie perfect draait en zijn beurt onvermijdelijk dichterbij komt, volgt er steevast een logistieke crisis. Precies op het moment dat hij naar voren moet schuiven, besluit de chronische wieltjeszuiger dat hij het ineens veel te warm of te koud heeft, of dat z'n schoen niet helemaal goed zit.

Hij laat zich soepel naar de achterkant van het peloton zakken om uitgebreid met zijn kleding te stoeien. Tegen de tijd dat zijn windbody eindelijk is opgeborgen, is de zware kopbeurt toevallig net weer aan hem voorbijgegaan.

3. De theorie van de opspelende kramp in de kuit

Als de wind genadeloos over de polders raast en de voorste mannen wanhopig om aflossing vragen, grijpt de renner naar een absolute klassieker. Hij pakt met een van pijn vertrokken gezicht naar zijn hamstring of kuit.

Naar eigen zeggen schoot het er plotseling in en moet hij nu echt even op souplesse uit de wind fietsen om een blessure te voorkomen. Gek genoeg verdwijnt deze acute medische noodsituatie direct zodra de groep een beschut stukje bos binnenrijdt.

4. Het theatraal naar binnen werken van sportvoeding

Een andere beproefde methode om het zware werk te ontlopen, is een acute hongerklop veinzen. Precies wanneer de snelheid in de waaier omhoog gaat, hoor je achterin het geluid van ritselende verpakkingen.

De wieltjeszuiger beweert met volle mond dat hij exact op dit moment moet eten om niet volledig stil te vallen. Met een halve energiereep in zijn hand is het volgens zijn eigen logica volstrekt onverantwoord om de anderen op sleeptouw te nemen.

5. De wonderbaarlijke wederopstanding in de eindsprint

Het meest frustrerende moment voor de harde werkers volgt altijd in de allerlaatste kilometer richting huis. Terwijl de mannen die al het kopwerk hebben verricht compleet gesloopt over hun stuur hangen, gebeurt er een fysiologisch wonder.

De fietser die de hele dag weggedoken zat uit de wind, voelt plotseling zijn benen weer. Met een arrogante versnelling knalt hij over de rest heen om als eerste het lokale plaatsnaambordje te passeren. Het is de ultieme vernedering na een lange dag profijt trekken.