Het is de ultieme romantiek van de wielersport: jijzelf, je stalen ros en de onverbiddelijke zwaartekracht van een beroemde berg. Op televisie heerst er altijd een serene rust op die alpenweiden, begeleid door het geluid van koeienbellen en fluitende vogels.
De realiteit in de zomermaanden is echter beduidend minder idyllisch. Vanaf het moment dat je de boomgrens passeert, verandert de pas vaak in een meedogenloos racecircuit voor zware motoren. Jouw heroïsche lijdensweg wordt wekelijks verstoord door een aantal zeer herkenbare ergernissen.
1. ‘Daar gaat de frisse berglucht’: de uitlaatgassenwalm
Het fietsen op grote hoogte is al zwaar genoeg door het gebrek aan zuurstof. Je hapt wanhopig naar adem en probeert je longen maximaal te vullen met die frisse berglucht.
Precies op dat breekpunt passeert een motorrijder die nét even extra gas geeft in een steile haarspeldbocht. In plaats van zuurstof krijg je een zware, warme walm van onverbrande benzine in je gezicht geslingerd.
2. De brute verstoring van de serene stilte op grote hoogte
Terwijl jij met een hartslag van nabij de tweehonderd elke pedaalslag moet bekopen met pure pijn, hoor je in de vallei het onheil al aanzwellen. Het klinkt alsof er een op hol geslagen straaljager de berg op raast.
Een minuut later knalt de eerste lawaaimachine van een hele groep met onbegrijpelijk veel kabaal langs je heen. De illusie dat je één was met de prachtige natuur wordt binnen een seconde volledig aan diggelen geholpen door een brullende knalpijp.
3. De eindeloze parade van het complete motorblok
Het blijft in de bergen bovendien dus zelden bij één enkele motorrijder. Ze lijken zich uitsluitend voort te bewegen in gigantische, georganiseerde groepen.
Ben je net bijgekomen van de eerste vijf zwaargewichten, dan volgen er nog dertig motoren in een lange, intimiderende colonne. Terwijl jij op het randje van kramp balanceert en een meelijwekkende tien kilometer per uur wegtrapt, zwaaien zij met twee vingers of bungelen ze lui met een been richting het asfalt. Het contrast in geleverde inspanning is op dat moment ronduit pijnlijk voor je moreel.
4. Levensgevaarlijke capriolen bij het inhalen in de klim én afdaling
De snelheid waarmee sommige motorrijders denken te kunnen passeren is een constante bron van angst. Zowel bergop als bergaf nemen ze onnodige risico's om maar een seconde sneller boven of beneden te zijn.
Ze duiken in blinde bochten plotseling op aan de verkeerde kant van de weg. Ook in de afdaling vliegen ze soms angstaanjagend dicht langs je heen met tachtig kilometer per uur, precies op het moment dat jij je concentreert op de ideale lijn in een snelle bocht.
5. De keiharde confrontatie op het volle terras van de berghut
Na een lange lijdensweg bereik je eindelijk de top. Je snakt naar die welverdiende, ijskoude cola op het houten terras van de enige berghut die de pas rijk is. Tot je grote schrik ontdek je dat letterlijk elke beschikbare stoel bezet is door de motorrijders die je net onderweg zijn gepasseerd.
Terwijl zij al luidruchtig aan een biertje zitten en hun leren jassen en zware helmen breeduit over de lege krukken hebben verdeeld, moet jij met je vermoeide en trillende benen in het gras gaan zitten. De overwinning smaakt ineens een stukje bitterder.