Niets fietst zo lekker als een aandrijflijn die net een grote beurt heeft gehad. De versnellingen schakelen weer soepel, de racefiets is muisstil en het lijkt alsof je ineens veel minder weerstand ervaart. Veel wielrenners laten hun versleten ketting dan ook plichtsgetrouw vervangen door de fietsenmaker.
Je krijgt je fiets blinkend terug en gaat direct op pad. De nieuwe ketting voelt immers heerlijk vettig aan en glijdt perfect over de tandwielen. Toch slaan ervaren mecaniciens bij het zien hiervan direct alarm. Dat plakkerige spul dat vanuit de fabriek op je nieuwe ketting zit, is namelijk helemaal geen smeermiddel bedoeld voor sportieve prestaties.
Het kan niet uit bij de standaard onderhoudsbeurt
Om te begrijpen waarom je nieuwe ketting toch een gevaar vormt, moet je weten hoe de fietsenmaker te werk gaat. Een professionele monteur moet efficiënt werken om zijn uurtarief rendabel te houden. Het volledig 'strippen' en ontvetten van een nieuwe ketting kost in de praktijk flink wat tijd, omdat de ketting meerdere keren moet weken en schudden in een ontvettingsbad.
Een fietsenmaker monteert de ketting daarom vrijwel altijd rechtstreeks vanuit het doosje, mét het fabrieksvet er nog op. Zij hebben simpelweg de tijd niet om dit vet te verwijderen, waardoor jij als fietser onbewust met een 'tikkende tijdbom' op pad wordt gestuurd.
Fabrieksvet is uitsluitend bedoeld tegen roest
Dat vet op een nieuwe ketting is door fabrikanten zoals Shimano en KMC namelijk nooit ontworpen om mee te fietsen. Deze onderdelen liggen vaak maandenlang in stalen containers, op schepen en in vochtige magazijnen voordat ze op een fiets belanden.
Om te voorkomen dat het blanke staal tijdens dat lange transport- en opslagproces gaat oxideren of roesten, dompelen fabrikanten de kettingen onder in een extreem dik, stroperig conservatievet. Dit vet is fantastisch tegen roest, maar verschrikkelijk om daadwerkelijk mee op het asfalt te rijden.
Waarom de kleverige laag een schuurpasta wordt
Het grote mechanische probleem met dit conservatiemiddel is dat het enorm kleverig en dik is. Zodra je met deze fabrieks-laag naar buiten gaat en over de weg fietst, fungeert je ketting letterlijk als een rijdende magneet voor vuil. Zand, stof en modder plakken direct en genadeloos aan de schakels vast.
Zodra dat zand zich vermengt met het dikke fabrieksvet, creëer je in feite een enorm agressieve, dongergrijze slijppasta. Voordat je het doorhebt, draai je dit zanderige mengsel met enorme kracht over je kwetsbare cassette en voorbladen. Binnen één flinke, vieze rit kun je de levensduur van je nieuwe aandrijflijn op deze manier aanzienlijk verkorten.
Zelf de ketting strippen voor de ultieme rit
De enige juiste en technische oplossing is het volledig strippen van je nieuwe ketting, óók als de fietsenmaker hem net op je fiets heeft gelegd. Veel fietsers denken dat een doekje met wat ontvetter eroverheen halen voldoende is, maar dat is een gevaarlijke illusie. Het dikke vet zit namelijk diep tussen de kleine rollers en pinnen van de schakels geperst.
Je moet de ketting daarom demonteren (bijvoorbeeld met een handige snelsluiter of 'missing link') en hem thuis alsnog grondig reinigen in een badje met wasbenzine. Pas wanneer de ketting droog en scherp ijzerachtig klinkt, weet je dat de schakels echt kaal zijn en klaar zijn voor een hoogwaardige olie of kettingwax.