Zelf in het zadel

Ben jij een stamper of een draaier? Hoe je spieren je ideale cadans bepalen

Zwoeg jij het liefst op een loodzwaar verzet, of draai je de pedalen soepel rond in de kleinste versnelling? Je genen en spiervezels bepalen meer over jouw fietstechniek dan je denkt.

André van den Ende
2 minuten
wielrennen
Wielertraining
Fietsen
Twee mannelijke wielrenners rijden naast elkaar op de racefiets, waarbij het verschil in trapfrequentie, spieropbouw en cadans zichtbaar wordt tijdens een zware training.

De één pompt moeiteloos een zwaar verzet over de lokale polderwegen, terwijl de ander pas in zijn element is bij een trapfrequentie van honderd omwentelingen per minuut. In elk fietsgroepje vind je ze terug: de onverstoorbare stampers en de soepele draaiers.

Jarenlang kregen we te horen dat iedereen de magische grens van negentig omwentelingen per minuut moest aantikken, maar uit de praktijk en de wetenschap blijkt inmiddels iets anders. Jouw spieropbouw is namelijk de grote baas als het om je ideale cadans gaat.

Trage spiervezels floreren bij een snelle omwenteling

Het menselijk lichaam beschikt grofweg over twee soorten spiervezels. Als eerste hebben we de 'slow-twitch' vezels. Deze trage spiervezels zijn uitstekend doorbloed en gebruiken zuurstof en vetten als hun belangrijkste brandstof. Ze leveren misschien geen explosieve kracht, maar ze zijn nagenoeg onvermoeibaar.

Wielrenners die van nature veel van dit soort vezels hebben, zijn de geboren klimmers en duurbeesten. Voor hen werkt een hoge cadans fantastisch. Door lichter en sneller te trappen, verschuif je de fysieke belasting van je benen naar je cardiovasculaire systeem. Je spieren blijven fris en je kunt urenlang soepel blijven draaien.

De krachtexplosie van snelle spiervezels

Daar recht tegenover staan de 'fast-twitch' spiervezels. Dit zijn de snelle, explosieve vezels die zorgen voor die rauwe kracht op de pedalen en essentieel zijn voor een eindsprint. Het nadeel is dat ze sterk afhankelijk zijn van glycogeen en aanzienlijk sneller verzuren.

Wielrenners met veel snelle spiervezels voelen zich vaak helemaal niet prettig bij een hoge trapfrequentie. Ze ervaren een snelle tred als ongecontroleerd, waarbij hun hartslag direct door het dak vliegt en ademhalen lastig wordt. Zij presteren simpelweg efficiënter bij een lagere cadans, waarbij ze met een iets trager ritme hun enorme kracht veel beter kwijt kunnen.

De strijd tussen hartslag en verzuurde benen

Uiteindelijk draait het vinden van de juiste versnelling altijd om een persoonlijke fysiologische afweging. Een lage trapfrequentie spaart je hart en longen, maar zorgt voor meer mechanische spanning en snellere verzuring in je bovenbenen.

Een hogere cadans spaart je spieren, maar laat je veel zwaarder ademhalen. Weet je van jezelf dat je ademhaling vaak de beperkende factor is op een winderige dijk? Dan loont het absoluut om iets zwaarder te schakelen. Lopen je benen echter als eerste vol tijdens het aanzetten na een bocht? Dan kan lichter trappen de redding zijn.

Experimenteer met weerstand voor optimaal resultaat

Staart je dus niet meer blind op dat heilige getal van je fietscomputer. Het is zonde om een stijl te forceren die biologisch gezien gewoon niet bij je past. Gebruik je fietstrainingen de komende tijd eens bewust om met extremen te spelen.

Houd je gemiddelde snelheid aan, maar varieer flink in je versnellingen. Let goed op welk systeem als eerste gaat protesteren: je longen of je benen. Op die manier ontdek je in de praktijk vanzelf of jij een rasechte stamper of een geboren draaier bent.