Het is een klusje dat bijna iedere wielrenner wel eens doet: de pedalen van de racefiets vervangen of overzetten op een andere fiets. Je pakt een inbussleutel, draait de oude pedalen met lichte tegenzin los en schroeft de nieuwe exemplaren direct in de schroefdraad van je crankarm. Omdat de nieuwe onderdelen blinken en schoon zijn, lijkt het insmeren van de schroefdraad een overbodige en vieze stap.
Toch is dit exact het moment waarop je de kiem legt voor een mechanische ramp die je later honderden euro's gaat kosten. Twee verschillende metalen die droog tegen elkaar aan worden gedraaid, gaan na verloop van tijd namelijk een onverwoestbare chemische verbinding met elkaar aan.
De onzichtbare chemie van invretende metalen
De reden waarom pedalen zo gruwelijk vast kunnen gaan zitten, heeft alles te maken met scheikunde. De as van je pedaal is vrijwel altijd gemaakt van keihard staal (chromoly of titanium), terwijl de crankarm van je racefiets meestal uit aluminium bestaat.
Zodra je deze twee verschillende metalen droog in elkaar draait en blootstelt aan vocht, opspattend straatvuil en winterse pekel, ontstaat er een micro-elektrische reactie. Dit proces heet galvanische corrosie. Het zachtere aluminium gaat hierbij oxideren en reageert met het staal van de pedaalas. Er ontstaat in de schroefdraad een extreem harde oxidelaag die de twee onderdelen letterlijk op moleculair niveau aan elkaar vastlast.
Een hopeloze strijd in de werkplaats
Wanneer je na twee jaar je pedalen wilt vervangen of je fiets wilt inpakken voor een vliegreis, begint de ware ellende. Je zet de inbussleutel op de as en zet flink wat kracht, maar er beweging in krijgen is onmogelijk. Zelfs met een meterslange verlengpijp op je sleutel, liters kruipolie en een brander om de boel te verhitten, weigert de as te draaien.
De kans is groot dat je bij deze brute pogingen de aluminium schroefdraad van je crankarm volledig doldraait, afbreekt, of dat je met de sleutel uitschiet en een diepe kras in je carbon frame trekt. Het pedaal zit zo muurvast dat de enige overgebleven optie het weggooien en compleet vernieuwen van je crankstel is.
De spotgoedkope redding van montagevet
Het voorkomen van deze mechanische fusie is gelukkig kinderlijk eenvoudig en kost je slechts een drupje montagevet van een paar cent. Voordat je de pedaalas in de crankarm draait, breng je met je vinger een dun, gelijkmatig laagje dik lagervet of speciale montagepasta aan op de schroefdraad van het pedaal. Dit vet fungeert als een fysieke en waterdichte barrière tussen het staal en het aluminium.
Het sluit het metaal volledig af van zuurstof en water, waardoor galvanische corrosie geen schijn van kans krijgt en je de pedalen over drie jaar nog steeds moeiteloos en geruisloos losdraait.
Let ook goed op de linksdraaiende schroefdraad
Nu je toch met de tube vet in je handen staat om je pedalen veilig te monteren, is er nog een laatste technische valkuil waar je scherp op moet zijn. Pedalen hebben namelijk geen identieke schroefdraad aan beide kanten van de fiets. Het rechterpedaal (aan de kant van de ketting) heeft normale, rechtsdraaiende schroefdraad. Het linkerpedaal heeft daarentegen speciale, linksdraaiende schroefdraad.
Dit is bewust zo ontworpen zodat de pedalen zich tijdens het urenlange trappen niet onbewust kunnen losdraaien. Onthoud simpelweg dat je beide pedalen altijd richting het voorwiel vastdraait, en richting het achterwiel losdraait. Doe dit altijd met een vers laagje vet en je aandrijving blijft jarenlang perfect demonteerbaar.