Zelf in het zadel

Waarom een onzichtbaar verschoven velglint je tubeless band stiekem leegzuigt

Je rijdt al weken zonder problemen rond. Totdat de band na een hobbelige rit plotseling binnen een paar uur plat staat, zonder dat er ergens vloeibare latex naar buiten sijpelt.

André van den Ende
2 minuten
Een fietser zonder helm trekt in zijn werkplaats met kracht tubeless velglint strak over zijn velg.

Het is een van de meest raadselachtige en frustrerende vormen van lekkage bij een tubeless setup. Je hebt de buitenband gecontroleerd, het ventiel staat strak en de vloeibare latex zit er keurig in. Toch loopt de bandenspanning gedurende de nacht onverklaarbaar weg, zonder dat je ergens die bekende, sissende geluiden hoort of natte plekken van de latex ziet. Veel fietsers verdenken in hun frustratie direct de buitenband.

De werkelijke boosdoener zit echter diep verborgen onder de vloeistof: een microscopisch verschoven tubeless velglint dat een van de spaakgaten heeft blootgelegd.

De extreme druk op het velglint

Om te begrijpen waarom dit velglint (rim tape) zo ontzettend kritisch is, moeten we kijken naar de enorme krachten die in je wiel spelen. Bij een traditionele binnenband beschermt het lint de binnenband puur tegen de scherpe randen van de spaakgaten.

Bij een tubeless setup moet dat flinterdunne plastic plakband echter de complete luchtdichte barrière vormen voor een druk van 5 tot wel 7 bar. Het lint wordt door de hoge luchtdruk met brute kracht in de holle spaakgaten geperst. Als het lint ook maar één millimeter verschuift, ontstaat er een opening waarlangs de lucht direct via de spaakgaten in de holle kamer van je velg ontsnapt.

Waarom te smal velglint een dure fout is

De meest gemaakte fout bij het zelf plakken van tubeless velglint is het kiezen van de verkeerde breedte. Veel fietsers meten de interne velgbreedte (bijvoorbeeld 21 millimeter) en kopen exact diezelfde breedte aan velglint. Ze vergeten hierbij dat het diepe middenkanaal van een moderne velg hol loopt.

Plak je een lint van 21 millimeter in een hol kanaal van 21 millimeter, dan kom je aan de zijkanten simpelweg tekort. Het lint bedekt de spaakgaten dan wel, maar ligt zo dicht tegen de rand van de gaten aan dat de hoge luchtdruk het lint na verloop van tijd onherroepelijk opzij duwt. Neem daarom altijd een lint dat minimaal twee tot drie millimeter breder is dan de interne breedte van je velg.

Het belang van brute trekkracht tijdens het plakken

Naast de breedte is de manier van plakken van levensbelang voor een luchtdicht wiel. Veel wielrenners leggen het lint er te losjes en relaxed op, alsof ze een cadeautje inpakken. Zonder extreme spanning op het lint ontstaan er direct minuscule luchtbellen onder het lijmoppervlak.

Zodra je de band vervolgens oppompt, perst de luchtdruk die bellen plat, waardoor het lint gaat schuiven. Je moet het velglint tijdens het plakken met zoveel trekkracht strak trekken dat het plastic bijna wit uitslaat van de spanning. Alleen door deze brute kracht activeer je de lijmlaag optimaal en pers je alle luchtbellen onder het lint vandaan.

De onzichtbare lekkage via het ventielgat

Mocht je band langzaam leeglopen en zie je de vloeibare latex onverklaarbaar via het ventielgat naar buiten druppelen, denk dan niet direct dat het ventiel zelf lek is. Dit is de meest misleidende technische valkuil van een tubeless setup. Zodra het velglint ergens bij een spaakgat lekt, stroomt de lucht en de latex de holle kamer van de velg in.

Omdat de velg van binnen hol is, zoekt de lucht de makkelijkste weg naar buiten. Die weg bevindt zich vrijwel altijd bij het ventielgat aan de buitenkant van de velg. Je draait het ventielringetje dan vaak uit paniek nog strakker aan, terwijl de werkelijke lekkage meters verderop bij een slordig geplakt spaakgat zit.