Het is een klassiek tafereel tijdens een lange, warme zondagsrit. Je bent vertrokken met de ijzeren discipline om strak in hartslagzone twee te blijven. Het eerste uur gaat dat fantastisch en vliegen de kilometers moeiteloos onder je wielen door. Maar ergens in het tweede uur kijk je op je schermpje en zie je dat je hartslag met wel tien tot vijftien slagen per minuut is gestegen.
Je kijkt naar je snelheid en je vermogen, maar je trapt nog exact even hard. Veel wielrenners schrikken hiervan, denken dat de man met de hamer langskomt en schakelen direct lichter om de hartslag te laten zakken. Toch heeft deze verhoogde hartslag bar weinig te maken met een slechte conditie of vermoeide spieren.
Zweetverlies zorgt voor een stroperige bloedsomloop
De echte oorzaak van dit fenomeen, in de sportwetenschap cardiovasculaire drift genoemd, ligt in je vochthuishouding. Zodra je je inspant op de fiets, ga je zweten. Dit zweet onttrekt letterlijk vocht aan je bloedplasma.
Omdat de totale hoeveelheid vloeistof in je aderen langzaam afneemt, wordt je bloed eigenlijk een klein beetje stroperiger en dikker. Je hart moet daardoor een flink stuk harder en sneller pompen om exact dezelfde hoeveelheid zuurstof naar je beenspieren te transporteren.
Je lichaam vecht tegen de oplopende temperatuur
Daarnaast speelt de koeling van je motor een cruciale rol. Naarmate je langer fietst, stijgt je kerntemperatuur. Je lichaam wil die opgebouwde hitte wanhopig kwijt en stuurt daarom een aanzienlijk deel van je bloed richting de huid om af te koelen.
Dat bloed kan op dat moment dus niet gebruikt worden door je zwoegende beenspieren. Om dit tekort te compenseren, rest er voor je hart maar één logische optie: het verhoogt het tempo van de hartslagen om de benen alsnog draaiende te houden.
Blindstaren op de hartslagmeter werkt averechts
Het grootste gevaar van cardiale drift is dat wielrenners zich tijdens een lange rit krampachtig aan hun hartslagzones blijven vasthouden. Als je hartslag in het derde uur door vochtverlies en warmte is gestegen, val je ineens in een hogere zone.
Wie dan stug gas terugneemt om de cijfertjes weer te laten zakken, is zijn spieren eigenlijk veel te weinig aan het belasten. Tegen het einde van een lange duurrit mag, en zal, je hartslag simpelweg hoger liggen dan in het frisse begin. Laat die data dus lekker los en vertrouw op het gevoel in je benen.
Slimmer drinken voorkomt onnodig hoge data
Helemaal voorkomen kun je deze fysiologische reactie nooit, zeker niet op een zomerse dag. Je kunt de drift wel flink uitstellen door agressiever te hydrateren. Wacht niet tot je dorst krijgt, want dan loopt het vloeistofniveau in je bloed al stevig terug en schiet je hartslag onvermijdelijk de lucht in.
Drink vanaf de eerste kilometer elke vijftien minuten een flinke slok water of sportdrank met wat toegevoegde elektrolyten. Hoe beter je jouw bloedvolume op peil houdt, hoe rustiger je hartslag zich zal gedragen richting de finale van je rit.