De introductie van de steekas (thru-axle) op de moderne racefiets is een enorme mechanische sprong voorwaarts geweest. In plaats van een dunne snelspanner, draai je nu een robuuste aluminium as dwars door het carbon frame of de voorvork heen. Dit zorgt voor een superstrakke wielbasis en elimineert het aanlopen van de schijfremmen.
Met de komst van deze strakke assen is er echter ook een nieuw, vaak totaal genegeerd onderhoudsklusje ontstaan. Veel wielrenners demonteren hun wielen om de fiets in de auto te leggen of de banden te wassen, en draaien de steekas daarna achteloos en kurkdroog weer in de schroefdraad. Deze ogenschijnlijk onschuldige handeling is echter de absolute hoofdoorzaak van veel mysterieuze, krakende geluiden.
De gigantische krachten op een holle buis
Om te begrijpen waar de kraak in het frame vandaan komt, moeten we kijken naar de fysieke belasting van de steekas. Zodra jij gaat staan om een sprintje te trekken of een heuvel op te beuken, trekt de volledige torsiekracht van je lichaam direct aan het achterwiel en de voorvork. De steekas is het enige onderdeel dat deze wringende krachten moet opvangen.
Als de as of de fijne aluminium schroefdraad aan de andere kant kurkdroog is, schuren deze metalen onder extreem hoge druk microscopisch langs elkaar en langs het frame. Omdat carbon werkt als een gigantische klankkast, wordt dit minimale schuren onmiddellijk vertaald naar een keiharde 'knak' of 'tik' die door je hele fiets resoneert.
De sluipmoordenaar van vastgeroeste schroefdraad
Naast het gekmakende geluid brengt een droog gemonteerde as nog een veel groter mechanisch gevaar met zich mee. Je racefiets vangt onderweg veel regen, modder en in de winter zelfs zoute pekel op. Water kruipt meedogenloos langs de randen van je frame naar binnen, precies de schroefdraad van je as in. Als er geen beschermend laagje op de as zit, oxideert het aluminium in een razend tempo.
Dit zorgt voor contactcorrosie, waarbij de steekas letterlijk vastvreet in het draad van je voorvork of derailleurpad. Zodra je in de lente dan eindelijk lek rijdt en je wiel eruit wilt halen, zit de as muurvast en breek je de complete schroefkop af met je inbussleutel.
Het juiste vet voor de perfecte smering
De oplossing voor beide problemen kost je nog geen minuut werk, maar vereist wel de juiste chemische kennis. Een steekas mag je namelijk nooit zomaar met kettingolie of dunne teflonspray inspuiten, omdat dit direct wegdruipt of wegspoelt in de regen.
Het enige juiste smeermiddel is een kwastje met dik, waterafstotend lagervet of specifieke 'anti-seize' montagepasta. Voordat je de as in het wiel steekt, wrijf je een subtiel, dun laagje van dit stugge vet over de gehele lengte van de holle as én smeer je de schroefdraad aan het uiteinde royaal in.
Waterdichte isoleerlaag
Door deze simpele handeling creëer je een perfecte, waterdichte isolatielaag. De as glijdt voortaan soepel door de naaf van je wielen, het vocht krijgt geen enkele kans meer om bij het schroefdraad te komen en het aluminium kan nooit meer ongewenst oxideren in het carbon.
Zodra je de steekassen nu vastdraait (bij voorkeur met een momentsleutel rond de 10 Newtonmeter), vullen de vetdeeltjes de microscopische kieren tussen de as en het frame volledig op. Die oorverdovende en onverklaarbare kraak bij het aanzetten is direct verdwenen en je wiel demonteert ook na de natste wintermaanden weer moeiteloos en zonder zweetdruppels.