We kennen het allemaal wel. Je komt thuis na een stevige rit en het eerste wat je doet is kijken of je wel genoeg kilometers hebt gemaakt. De drang om altijd maar meer en harder te rijden zit diep geworteld in de recreatieve fietscultuur.
Toch sla je daarmee volgens Michel Kreder de plank volledig mis. De oud-prof reed negen jaar lang rond in het betaalde peloton en deelt nu als coach de inzichten die recreanten volgens hem veel te weinig horen. Het is de hoogste tijd om af te stappen van de standaard mythes rondom trainingsarbeid.
De Instagram-post van Michel Kreder
1. Progressie boek je voornamelijk op de bank
Veel fanatieke fietsers hebben de illusie dat ze beter worden op het moment dat ze met de tong op het voorwiel tegen de wind in beuken. Dat is een flinke misvatting. Volgens Kreder is de rit zelf uitsluitend de prikkel die je aan je spieren en systeem uitdeelt. De daadwerkelijke opbouw en fysieke progressie vinden pas plaats als je achteraf rust neemt. Zonder adequaat herstel breek je het lichaam alleen maar verder af en blijft die felbegeerde vooruitgang uit.
2. Knalhard fietsen op het verkeerde moment
Het voelt misschien heldhaftig om elke rit thuis te komen met het idee dat de tank helemaal leeg is. Toch is je meest slopende rit zelden je beste trainingsdag. Hard en onbesuisd op de pedalen rammen kan eigenlijk iedereen wel. De ware kunst van effectieve wielertraining zit in de timing. Op het juiste moment diep gaan levert aanzienlijk meer op dan standaard je longen uit je lijf trappen. Durf je rustige ritten dus ook echt rustig te houden.
3. Een strak trainingsschema is niet heilig
Je hebt een loodzware interval gepland, maar je werd vannacht vier keer wakker en de werkdag zat vol stress. Voor veel bloedfanatieke fietsers is dat helaas geen reden om het plan aan te passen. Het menselijk lichaam laat zich echter niet leiden door een strak ingevuld spreadsheet. Kreder geeft aan dat je op zulke dagen je schema met een gerust hart mag laten varen. Forceer niets als de vermoeidheid er op voorhand al diep in zit.
4. Meer kilometers zorgen voor extra vermoeidheid
Het verzamelen van zoveel mogelijk uren lijkt soms wel een doel op zich geworden binnen de amateurwereld. Maar puur het volume opkrikken maakt je op de lange termijn absoluut niet per definitie sneller. Het zorgt er in de praktijk vaak alleen maar voor dat je structureel vermoeid aan de start van je volgende rit staat. Het afwerken van de juiste prikkel op het juiste moment wint het altijd van domweg kilometers wegtrappen.
5. Combineer keiharde cijfers met je eigen gevoel
Tegenwoordig fietsen we massaal rond met geavanceerde vermogensmeters en complexe hartslagdata. Die gegevens vertellen je perfect wat er op dat moment fysiek gebeurt tijdens het fietsen. Jouw eigen gevoel is echter de enige graadmeter die vertelt waarom iets gebeurt. Pas als je de data van je fietscomputer leert combineren met het signaal van je eigen benen, krijg je het volledige plaatje. Negeer je onderbuikgevoel dus nooit in je zoektocht naar een betere conditie.