Zelf in het zadel

Waarom je je racefiets bij een lekke band nooit ondersteboven mag zetten

Je staat langs de kant van de weg en draait je fiets direct even op het zadel en het stuur om die lekke band te plakken. Een klassieke en handige gewoonte. Toch kun je er beter mee stoppen.

André van den Ende
3 minuten
Lekke band
wielrennen
Fietsen
Een moderne carbon racefiets staat ondersteboven op het zadel en stuur op een geasfalteerde polderweg, met een groot rood waarschuwingskruis eroverheen geprojecteerd.

Het is de meest logische en instinctieve reactie van vrijwel iedere fietser in Nederland. Sta je langs de kant van de weg met een lekke band of andere panne, dan til je de racefiets op en parkeert hem ondersteboven op het asfalt.

Je hebt je handen vrij en je kunt overal perfect bij. Vroeger, in het tijdperk van de stalen velgremmen, was dit de ultieme manier van sleutelen. Sinds de massale intrede van hydraulische schijfremmen in het peloton is deze positie echter veranderd in een mechanische sluipmoordenaar.

De verborgen luchtbel

Om te begrijpen waarom je remmen plotseling weigeren, moeten we in het vloeistofreservoir van je remsysteem duiken. Hydraulische remmen werken door middel van onsamendrukbare oliedruk, waarbij de vloeistof de kracht van je vingers direct overbrengt naar de remklauw. Zelfs bij een perfect onderhouden en professioneel ontlucht systeem zit er in de leidingen vrijwel altijd een microscopisch klein, achtergebleven luchtbelletje in de olie.

Zolang de racefiets rechtop op de wielen staat, is dit absoluut geen probleem. Lucht is namelijk lichter dan olie en stijgt daardoor altijd naar het hoogste punt. Dat hoogste punt is in dit geval het oliereservoir dat veilig weggewerkt zit in de shifters op je stuur. Daar richt dat luchtbelletje totaal geen schade aan.

De zwaartekracht keert het systeem om

De technische problemen beginnen pas op het exacte moment dat jij de fiets oppakt en ondersteboven parkeert om dat bandje te wisselen. Op dat moment keert de zwaartekracht de hele mechanica van je remsysteem om. Je stuur bevindt zich nu op het laagste punt, terwijl de remklauwen bij je wielen plotseling het allerhoogste punt vormen.

Dat onschuldige luchtbelletje in je remhendel doet in die paar minuten sleutelen precies wat de natuurwetten voorschrijven. Het ontsnapt uit het veilige reservoir en reist via de dunne remleidingen genadeloos naar boven, om zich vervolgens te nestelen direct achter de zuigers van je remklauw.

Compressie zorgt voor remverlies

Wanneer je de geplakte racefiets even later weer netjes rechtop op de wielen zet en direct wegfietst, zit de luchtbel nog steeds in je remklauw gevangen. Zodra je bij de eerste bocht je remhendel inknijpt, voltrekt zich een gevaarlijk natuurkundig principe. Olie is namelijk niet samen te persen, maar een gas zoals zuurstof wel.

In plaats van dat de oliedruk de remblokken met brute kracht tegen de remschijf duwt, perst het systeem nu simpelweg dat luchtbelletje achterin de remklauw samen. Het resultaat is een doodenge, sponzige remhendel die je compleet weerstandsloos tot tegen je racestuur aan trekt, terwijl de fiets op volle snelheid blijft doorrollen.

De simpele pomptechniek voor herstel van de remdruk

De eerste regel is daarom om je racefiets tegenwoordig altijd rechtop te houden of zachtjes in het gras te leggen bij pech. Mocht je de fiets toch uit reflex op de kop hebben gezet, dan is er gelukkig een makkelijke mechanische oplossing voor de ontsnapte lucht. Stap nooit direct op de fiets en begin niet direct met trappen, maar zet hem rechtop op de grond. Knijp de beide remhendels vervolgens een keer of twintig heel snel en kort achter elkaar in.

Door deze pompende beweging forceer je de stroom van de olie door de leidingen en dwing je het verraderlijke luchtbelletje om weer terug naar boven te reizen, veilig je reservoir in. Na een aantal keer pompen voel je de harde remdruk plotseling weer terugkeren in de hendels en kun je alsnog met een gerust hart je rit vervolgen.