In de serie Data versus Gevoel van In de Waaier vertelt Alpecin-Premier Tech's Head of Performance Kristof De Kegel over het huidige wielrennen. Uiteraard gaat het dan ook over Mathieu van der Poel. Over zijn fysieke talent, maar vooral ook over zijn mentale kwaliteiten. Want wat De Kegel duidelijk wil maken: fysiek is Van der Poel fenomenaal, maar mentaal is hij ook van een andere orde.
Talent 1: afschakelen buiten koers
Zo noemt hij het een van de talenten van Van der Poel om af te schakelen. "Dat is net een van de kwaliteiten van een kampioen als Van der Poel. Als je dat niet kan, dan wordt het in het huidige wielrennen heel moeilijk. Er staat zoveel druk op, er wordt zo enorm ingezoomd op renners."
En daarnaast is wielrennen meer en meer een trainingssport geworden. "We zijn negentig procent van de tijd aan het voorbereiden en tien procent aan het koersen. Dan moet je ook wel meteen in de roos schieten in die koersen."
Talent 2: intuïtief koersen
In koers heeft Van der Poel ook een talent dat veel anderen niet hebben: intuïtief kunnen koersen. De Kegel: "Mathieu heeft al dingen gedaan waarbij ik live in de auto zei dat het niet kon wat hij deed, maar vaak kreeg hij zijn gelijk. Hij heeft met zekerheid een vorm van enorme koersintelligentie."
"Dat kun je niet vanuit de auto hebben. Echt voelen hoe zwaar het al geweest is in koers, en ook voelen wat je zelf nog in de tank hebt zitten. Ik geloof dat dat een talent is. We hebben geprobeerd om dat zelf te creëren, omdat we zoveel analyseren. Maar dat is heel moeilijk."
Talent 3: het eigen lichaam tot in puntjes kennen
De Kegel zegt vervolgens ook dat het belangrijk is dat je soms mislukkingen hebt. Juist omdat je dan veel leert. "Mathieu heeft zoveel geleerd over zijn eigen lichaam en welke prikkels voor hem werken. Dat is een zoektocht geweest. Van heel speels en nog niet heel veel trainingsbelasting naar nu een heel serieuze trainingsbelasting. Dat moet je bij iedereen individueel gaan zoeken."
"Naarmate een atleet ouder wordt, wordt de verhouding met de trainer 50/50. Het is een talent in het huidige wielrennen als je jezelf als atleet perfect hebt leren inschatten. Los van alle toestelletjes die daarbij helpen."
De Kegel geeft een veelzeggend voorbeeld. "Als ze een FTP-blok hebben gedaan en we doen een lactaattest, vragen we soms wat hun hartslag is. Dan merk je dat een twintigjarige daar vijftien of 20 slagen naast zit, maar een ervaren renner als Van der Poel hooguit twee slagen. Het is heel belangrijk dat je leert inschatten wat voor jou werkt. Die koers- en trainingsintelligentie zijn bepalend voor de succesfactor aan het eind van het traject."