Zelf in het zadel

Het begraafplaats-geheim: waarom wielrenners die hun bidons vullen op het kerkhof zich moeten schamen

Het is een lifehack voor sommige wielrenners tijdens snikhete ritten: je water aanvullen bij een grafsteen. Hoog tijd dat we deze lugubere traditie voorgoed begraven.

Leon Janssen
3 minuten
Fietsen
Water drinken
bidon
fietsen in de hitte
Een close-up van een felgekleurde, moderne wielerbidon die wordt gevuld met water onder een oud, koperen kraantje op een begraafplaats. Op de zonnige en onscherpe achtergrond zijn de contouren van grafstenen en groene struiken zichtbaar.

De zon brandt genadeloos op het asfalt en je hartslag schiet de lucht in. Je knijpt wanhopig in je bidon, maar de laatste druppel is al kilometers geleden opgedronken. In de verte doemt gelukkig een spitse kerktoren op. Voor veel wielrenners is dat het teken dat de redding nabij is. Ze sturen hun fiets resoluut het knisperende grind op in de hoop daar het bekende kraantje te vinden. Het klinkt als een heroïsche overlevingstactiek. In de praktijk is het vooral een actie waar je als volwassen sporter flink de mist mee ingaat.

Het imago van de wielrenner en water tappen op de begraafplaats

Het is geen geheim dat de gemiddelde wielrenner in Nederland niet altijd op evenveel sympathie kan rekenen. We schreeuwen af en toe te hard, rijden hard door de bocht en nemen soms een te groot deel van de weg in beslag. Dat imago heeft in de loop der jaren al behoorlijk wat deuken opgelopen. Het helpt dan echt niet mee als we luidruchtig onze bidons vullen op het kerkhof.

Stel je de situatie even voor vanuit het perspectief van een ander. Iemand staat in alle rust en stilte een dierbare te herdenken. Plotseling klinkt het getik van klikpedalen en stapt er een luidruchtige renner in felgekleurd lycra de stilte binnen. Je komt niet om respect te tonen, maar puur om een halve liter water in een plastic fles te spuiten. Dat is niet alleen storend, maar het toont ook een stuitend gebrek aan inlevingsvermogen.

Een lege bidon is uiteindelijk puur slechte planning

We kunnen de situatie romantiseren zoveel we willen. Binnen de wielerwereld vertellen we elkaar graag verhalen over overleven in de polder alsof we de loodzware finale van Parijs-Roubaix aan het rijden zijn. De realiteit is echter een stuk simpeler en stiekem best saai. Als je halverwege je rit in de volle zon zonder drinken komt te zitten, heb je simpelweg je route beroerd uitgedacht.

Nederland ligt bezaaid met horeca, openbare tappunten en vriendelijke mensen met een tuinslang. Er is letterlijk geen enkele logische reden om een rustplaats voor de doden te promoveren tot jouw persoonlijke bevoorradingspost. Het is pure gemakzucht. Je kiest op zo'n moment de route van de minste weerstand, ten koste van de waardigheid van de locatie.

Fatsoenlijke alternatieven om je watervoorraad te redden

Gelukkig hoef je niet direct uit te drogen als je de kerktoren de volgende keer netjes links laat liggen. De oplossing is verrassend eenvoudig. Gebruik bij het uitzetten van je tocht een app of website die alle openbare drinkwaterpunten in het land in kaart brengt. Verwerk zo'n punt simpelweg in je navigatie en je hebt altijd voldoende vocht bij je.

Mocht je onverhoopt toch misrekenen of pech hebben, wees dan niet bang om aan te bellen bij een boerderij of gewoon een woonhuis. Mensen vinden het vaak hartstikke leuk om een dorstige sporter uit de brand te helpen. Je maakt een gezellig praatje, krijgt een lach terug en verbetert direct de naam van de fietser. Dat voelt een stuk beter dan stiekem een kraantje leegroven op een plek waar je eigenlijk niks te zoeken hebt.

Tijd om deze lugubere traditie voorgoed te laten rusten

De volgende keer dat de thermometer de dertig graden aantikt en je snakt naar verkoeling, weet je dus wat je te doen staat. Rijd met een ruime boog om die monumentale hekken heen. Accepteer je dorst voor nog een paar kilometer en zoek een plek op waar je wel honderd procent welkom bent. Laat de doden rusten en vul je bidon gewoon netjes in de bewoonde wereld. Dat fietst uiteindelijk toch een heel stuk lekkerder en je kunt jezelf naderhand in de spiegel aankijken.