Het is een van de meest simpele en routineuze klusjes aan een racefiets: het monteren van een paar bidonhouders. Je pakt een inbussleuteltje, draait de standaard boutjes uit het frame, zet de houder op zijn plek en schroeft de boutjes direct weer handvast.
Omdat er tijdens het fietsen nauwelijks zware, mechanische krachten op een bidonhouder komen te staan, lijkt het insmeren van deze kleine schroefdraad met vet een overbodige en vieze handeling. Juist deze ogenschijnlijk onschuldige laksheid is echter de absolute nummer één oorzaak van permanent beschadigde frames in de fietsenwerkplaats.
Het waterballet rondom je bidon
Om te begrijpen waarom deze schroefjes zo gevaarlijk zijn voor je frame, moeten we kijken naar de locatie van de bidonhouders. Ze zitten gemonteerd op de schuine buis en de zitbuis van je frame.
Dit is exact de plek waar tijdens een regenrit al het vuile opspattende water van je voorwiel tegenaan klettert. Bovendien spoel je de fiets wekelijks grondig af met water en zeep. Dit water loopt langs je bidonhouders naar beneden en sijpelt geruisloos via de schroefdraad van de boutjes naar binnen. Er blijft constant een klein beetje vocht achter in de schroefdraad, wat de ideale broedplaats is voor roest.
De chemische reactie in je frame
De echte mechanische ramp voltrekt zich door de combinatie van verschillende metalen. De boutjes van je bidonhouder zijn vrijwel altijd gemaakt van staal, terwijl de schroefdraadbussen die in je carbon of aluminium frame zijn geperst (de zogenaamde rivnuts) uit aluminium bestaan.
Zodra staal en aluminium droog tegen elkaar aan worden gedraaid en in aanraking komen met vocht, ontstaat er contactcorrosie. Het zachtere aluminium van de bussen in het frame gaat oxideren en reageert chemisch met het staal van de bout. De twee metalen gaan in elkaar vreten en smelten na een paar seizoenen op moleculair niveau onlosmakelijk aan elkaar vast.
Het meedraaiende gevaar van de ingeperste bussen
Wanneer je na verloop van tijd een nieuwe bidonhouder wilt monteren omdat de oude is versleten of gebroken, begint de hopeloze strijd. Je zet de inbussleutel op het boutje en zet kracht. In plaats van dat de bout soepel losdraait, hoor je een doffe 'knak'. De gecorrodeerde bout zit zo vastgelast in de schroefdraadbus, dat de bus door jouw kracht losbreekt uit het carbon of aluminium van je frame.
De bus draait nu doelloos mee in het frame, waardoor je de bout nóóit meer los of vast krijgt. Het verwijderen van zo'n meedraaiende bus is een specialistische en risicovolle operatie waarbij het frame rondom het bidongat ernstig beschadigd kan raken.
De spotgoedkope redding van een likje vet
Het voorkomen van deze hopeloze frustratie kost je welgeteld tien seconden werk en een drupje vet van een stuiver. Voordat je de bidonhouder op het frame schroeft, doop je de schroefdraad van de boutjes in een pot dik lagervet of speciale montagepasta.
Dit vet fungeert als een ondoordringbare, waterdichte barrière tussen het staal en het aluminium. Het sluit de schroefdraad volledig af van binnensijpelend waswater en pekel, waardoor het invreten van de metalen geen schijn van kans krijgt. De boutjes blijven soepel draaien, je frame blijft heel en je kunt je bidonhouders over vijf jaar nog steeds moeiteloos en zonder zweetdruppels verwisselen.