Het is een uiterst herkenbaar scenario voor de gemiddelde wielrenner met een drukke baan en een gezinsleven. De tijd om te fietsen is schaars. Als je dan eindelijk twee uurtjes hebt weten vrij te maken, wil je daar natuurlijk het maximale uithalen.
De gedachte is simpel: elke minuut telt, dus we trappen direct flink door. Een trage opstart voelt als zonde van de tijd. Toch gooi je met deze gehaaste mindset je eigen ruiten in. Fysiologisch gezien stuur je jouw lichaam in de eerste tien minuten namelijk compleet de verkeerde kant op.
Zuurstoftekort door een gehaaste start
Om efficiënt te kunnen fietsen op je uithoudingsvermogen, hebben je spieren zuurstof nodig. Het duurt echter even voordat je cardiovasculaire systeem is opgestart en je hart de bloedvaten naar je benen volledig heeft opengezet.
Als jij met koude benen de straat uit sprint en direct op je kruissnelheid gaat fietsen, ontstaat er acuut een zuurstoftekort in je spierweefsel. Je lichaam raakt fysiologisch gezien licht in paniek en moet direct een noodoplossing zoeken om toch die benodigde energie te kunnen leveren voor jouw hoge tempo.
De chemische rem op je vetverbranding
Die noodoplossing vindt je lichaam door direct over te schakelen op je anaerobe motor. Het gaat in hoog tempo suikers verbranden, een proces waarbij razendsnel melkzuur wordt geproduceerd. En daar ontstaat het grote probleem voor de rest van je training.
Zodra de hoeveelheid melkzuur in je bloed begint te stijgen, blokkeert dit chemisch gezien de toegang tot je vetreserves. Je lichaam schakelt de vetverbranding keihard uit en wordt voor de rest van de inspanning volledig afhankelijk van de beperkte voorraad suikers in je spieren.
Een onomkeerbaar proces tijdens het fietsen
Veel wielrenners denken dat ze dit na een kwartiertje wel weer recht kunnen trekken door simpelweg wat rustiger te gaan trappen. Helaas werkt de fysiologie niet zo vergevingsgezind. Als dat melkzuur eenmaal is geproduceerd en de suikermotor op volle toeren draait, duurt het enorm lang voordat je bloed weer neutraal is en je vetverbranding opnieuw op gang komt.
Zelfs als je de rest van de rit keurig in een lage hartslagzone blijft rijden, blijf je onnodig veel suikers verbranden. Dit is de exacte reden waarom je tijdens zo'n rit onverwacht de 'man met de hamer' kunt tegenkomen.
Investeer in de opstart van je bloedsomloop
Wil je daadwerkelijk werken aan je basisconditie en uithoudingsvermogen, dan zul je je ego de eerste twintig minuten in bedwang moeten houden. Accepteer dat het gemiddelde op je fietscomputer aan het begin van je rit even flink keldert.
Schakel naar het kleine blad, draai een lichte, soepele cadans en geef je ademhaling de tijd om zich aan te passen aan de inspanning. Pas wanneer je voelt dat de poriën openstaan en je ademhaling volkomen gecontroleerd is, mag het gas erop. Je zult merken dat je uren later nog steeds opvallend fris op de pedalen staat.