Zodra het professionele peloton door het Franse landschap trekt en de live-uitzendingen de hele middag domineren, ontwaakt er een fascinerend virus onder amateurfietsers. De Tour de France heeft een ronduit magische, maar tegelijkertijd destructieve invloed op de wekelijkse zondagsrit.
Normaal gesproken fietst de groep relatief ontspannen door de polder, maar in juli transformeert iedere renner plotseling in een bloedfanatieke kopman met gevaarlijke waanideeën. Dit uit zich in een aantal uiterst specifieke en komische gedragsveranderingen op en naast de fiets.
De strakke militaire planning rondom de televisie-uitzending
Het Tour-effect begint al de avond van tevoren in de groepsapp bij het bepalen van de vertrektijd. Waar je normaal gesproken halverwege de ochtend verzamelt, eist de officieuze ploegleider nu dat iedereen om acht uur stipt in de pedalen klikt. De hele route en de lengte van de koffiestop worden minutieus teruggerekend vanaf één heilig tijdstip.
De groep moet namelijk uiterlijk om half drie weer gedoucht en met een speciaalbiertje op de bank zitten om de live-uitzending van de finale te kunnen zien. Elke lekke band onderweg wordt beschouwd als een directe aanval op het kijkschema.
De levensgevaarlijke jacht op de virtuele groene trui
Tijdens de fietstocht zelf neemt de scoringsdrang absurde proporties aan. Geïnspireerd door de massasprints op televisie, verandert letterlijk elk groen plaatsnaambordje in de finishlijn van een Touretappe. Renners die normaal gesproken braaf in het wiel blijven zitten, proberen nu plotseling theatraal te demarreren vanuit het zadel.
Er wordt kwistig gestrooid met wielertermen als kwakjes uitdelen, de deur dichtgooien en het juiste wiel kiezen. De harde werkelijkheid is dat jullie met vijfendertig kilometer per uur over een lege polderweg sprinten, maar in je hoofd ben je de snelste man van het peloton.
De plotselinge behoefte aan peperdure aerodynamische fietskleding
De Tour de France is bovendien de ultieme modeshow, en dat blijft in het amateurpeloton niet onopgemerkt. Zodra de geletruidrager verschijnt met een fonkelnieuwe, oversized witte zonnebril, puilen de Nederlandse webshops een week later uit van de bestellingen.
Sokken worden krampachtig nog wat verder opgetrokken om de profs na te apen en opeens fietst de helft van je vriendengroep in een loeistrak, aerodynamisch eendelig fietspak. Dat dit pak totaal niet flatteert na twee punten appeltaart op het terras, wordt voor het gemak even volledig genegeerd.
Het theatraal aannemen en wegwerken van sportvoeding
Zelfs het eetpatroon op de fiets verandert in de maand juli op dramatische wijze. Waar je in april nog rustig een krentenbol uit de folie pelde tijdens het uitbollen, schakel je nu volledig over op het professionele werk. Je graait theatraal in je achterzak om een kleverig energiegelletje tevoorschijn te toveren, dat je vervolgens met je tanden open trekt.
Je probeert het zo vlot mogelijk naar binnen te werken alsof je zojuist bent bevoorraad vanuit de ploegleiderswagen. Het weggooien van de verpakking doe je uiteraard wel keurig in je eigen zakje, want de volgwagen ontbreekt in de polder.
De harde fysiologische confrontatie met de eigen prestaties
Aan het einde van het weekend volgt steevast de keiharde landing in de realiteit. Terwijl je op de bank naar de televisie staart, zie je hoe de profs met vijfentwintig kilometer per uur een berg van de buitencategorie opvliegen.
Je kijkt ter vergelijking even stiekem op je eigen fietscomputer en realiseert je dat dit precies jouw gemiddelde snelheid was op het compleet vlakke Nederlandse asfalt met wind mee. De Tourkoorts zakt onmiddellijk weer een beetje weg en je accepteert lachend dat je toch echt gewoon een wielertoerist bent.