Zelf in het zadel

Jouw groepsrit als de Tour-ploegentijdrit: zo rijd je véél sneller met minder frustraties

De Tour de France start met een ploegentijdrit. Met deze tactieken uit het profpeloton bespaar je dertig tot veertig procent energie, voorkom je ergernissen en fietst de hele groep veel harder.

André van den Ende
3 minuten
Wielertraining
groepsrit
Een groep van acht Nederlandse wielertoeristen fietst in een strakke, georganiseerde waaier (single-file) over een fietspad langs een kanaal met een molen en polderlandschap tijdens de ochtendzon.

Elke zondagochtend voltrekt zich hetzelfde ritueel. Je vertrekt rustig met je fietsvrienden voor de wekelijkse groepsrit, maar na een uur is het een chaotische bende. De een versnelt steeds op kop, de ander laat gaten vallen in de bochten en de zwakste renners hangen hijgend aan het spreekwoordelijke elastiek.

Dat kost onnodig veel energie en zorgt voor flinke frustraties. Kijk je echter naar de ploegentijdrit in de Tour de France, dan zie je een perfect geoliede machine. Door een paar simpele regels van de profs te kopiëren, wordt jouw eigen zondagsrit een stuk efficiënter en vooral veel leuker.

Zuinig rijden door de wind te lezen

Om die beloofde dertig tot veertig procent energie te besparen, moet je wel weten hóé je efficiënt in een wiel zit. Kijk altijd goed waar de wind vandaan komt, want zelden waait het in ons land pal van voren. Komt de wind bijvoorbeeld schuin van rechtsvoor, dan schuif jij iets naar links ten opzichte van je voorganger om perfect in de luwte te rijden, de basis van het waaierrijden.

Blijf vervolgens dicht op het achterwiel voor je, maar focus niet dwangmatig op die achterband. Kijk in plaats daarvan langs de heup van je voorganger naar voren om te anticiperen op de rest van de groep. Zo voorkom je dat je bij elke kleine tempowisseling nerveus in de remmen moet knijpen en houd je het ogenschijnlijk moeiteloos vol.

De kunst van het soepel aflossen

De absolute doodzonde tijdens een snelle groepsrit is die ene renner die zich altijd extra wil bewijzen. Zodra deze renner op kop komt, gooit hij het tempo ongemerkt met twee kilometer per uur omhoog.

De rest van de groep moet hierdoor na elke wissel onnodig sprinten om het wiel weer te pakken. Een goede aflossing gebeurt op precies dezelfde snelheid als je voorganger. Je neemt de koppositie geruisloos over en laat het tempo pas subtiel zakken als je zelf weer terugzakt naar de staart van het pelotonnetje. Als je sterk bent, doe je langere kopbeurten, niet snellere.

Duidelijke communicatie voorkomt ongelukken

Als je met meer dan dertig kilometer per uur vlak achter elkaar fietst, zie je vrijwel niets van het wegdek voor je. De renners op kop zijn daarom de ogen van de hele groep. Bij de profploegen wordt er constant geschreeuwd en gewezen tijdens een ploegentijdrit.

Neem dit over en wijs gaten, takken en tegenliggers tijdig aan. Een simpele handbeweging of een luide roep voorkomt vervelende valpartijen en houdt de snelheid er veilig in.

Altijd rekening houden met de zwakste schakel

In een officiële ploegentijdrit stopt de tijd pas bij de vierde of vijfde renner die over de streep komt. In je vriendengroep geldt eigenlijk precies hetzelfde ongeschreven reglement. Je hebt er immers niets aan als de sterkste renners de rest van de groep volledig aan gort rijden. Pas het tempo op kop aan op de renners die het moeilijk hebben. Laten zij gaten vallen, dan gaat het domweg te hard en moet de snelheid echt omlaag.

Samen uit en samen thuis voor de appeltaart

Uiteindelijk draait de perfecte groepsrit niet om het verbreken van snelheidsrecords, maar om de gezamenlijke prestatie. Door als een eenheid te fietsen, voorkom je de beruchte accordeonwerking waarbij renners achterin constant moeten remmen en optrekken. Je spaart zo niet alleen je benen, maar ook de goede sfeer in de groep. Zo komen jullie allemaal tegelijk en met een glimlach aan bij dat welverdiende stuk appeltaart.