Ik checkte de datum van het bericht dat op mijn Twitter-tijdlijn verscheen wel drie keer. Maar er stond echt een zes in plaats van een één, twee of desnoods een drie. Het was niet 2021, 2022 of 2023, maar 2026. Corona is eerst en vooral weer een biertje, maar Jonas Vingegaard droeg doodleuk een mondkapje bij de start van een Tour-etappe.
In de reacties onder de tweet was het wel weer even 2021. Er had zich meteen een wappieleger verzameld dat in felle bewoordingen verkondigde dat zo’n mondmasker niks hielp en dat Vingegaard en zijn ploeg helemaal van de pot gerukt waren. Tja, ik bevond me natuurlijk op Twitter, waar zelfs het posten van een schattige foto van je huisdier je nog op een scheldkanonnade kan komen te staan.
De medische logica versus het gezonde verstand
De wetenschap bestrijd ík niet: mondkapjes zullen vast helpen om niet ziek te worden. Geen idee hoeveel procent, maar ze helpen. Dus is het dan niet logisch dat Vingegaard zo’n ding opzet? Er zijn immers meer virussen dan corona en zelfs het kleinste verkoudheidje kan ervoor zorgen dat hij net die paar cruciale watts minder trapt in de bergen.
In een tijdperk waarin renners voor de start van een ploegentijdrit hun handen in een afwasteiltje met ijswater leggen, ze rondrijden met tijdrithelmen die aan een buitenaardse invasie doen denken en een flesje kersensap na de finish de nieuwe toverdrank is, kan een mondkapje er ook nog wel bij. Natuurlijk ziet het er niet uit, maar dat geldt evengoed voor die buitenaardse helmen.
De vergeten 'marginal gain'
En toch denk ik dat Visma hier de ene marginal gain inwisselt voor een andere, die in mijn ogen veel belangrijker is. Er is namelijk ook nog zoiets als de marginal gain genaamd 'plezier in je sport beleven'.
Terwijl Tadej Pogacar bij de teambus van UAE Emirates duidelijk meer in zijn sas was dan vorig jaar en een kleine fiesta vierde met Mexicaanse Del Toro-fans, stond Vingegaard ergens weggestopt met een mondkapje op zijn gezicht.
Ik weet niet of je het zelf nog weet of dat je het inmiddels succesvol hebt verdrongen, maar het voelde destijds allesbehalve vrij en plezierig met zo’n ding over je mond en neus. Bij Visma zijn ze een kei in het meten van alles wat los en vast zit, maar hoe zit het eigenlijk met de mentale last van al die klinische details waar ze de renners constant mee opzadelen? Meten ze dat ook?
Elke dag gewoon géén mondkapje hoeven opzetten; het moet mentaal toch ruim opwegen tegen het minuscule fysieke voordeel van zero, zero, zero, zero, zero, zero, zero, zero, zero, cinco procent minder kans op een snotneus.
André van den Ende deelt tijdens de Tour de France zijn grootste ergernissen, over renners, commentatoren, Frankrijk, noem maar op.