Je zit comfortabel op de bank met een koud drankje en ziet de ranke klimmers over de finishlijn vliegen. Spektakel gegarandeerd. Maar voor een aanzienlijk deel van het peloton begint de ware martelgang dan pas echt.
De pure sprinters en de zwaargebouwde knechten hebben helemaal niets te zoeken in de strijd om de ritwinst. Hun enige doel is overleven en binnen de toegestane tijd van de Tour de France de finish halen. We zagen Arvid de Kleijn in de derde etappe al compleet naar de vaantjes over de streep komen met nog maar een paar minuten over. Maar hoe werkt die tijdslimiet nu precies?
De bepalende coëfficiënt van een bergetappe
De organisatie achter de Franse ronde deelt elke etappe in een bepaalde moeilijkheidsgraad in. Deze indeling varieert van vlakke sprintritten tot extreme bergetappes met meerdere beklimmingen van de buitencategorie. Deze graad, in het officiële reglement de coëfficiënt genoemd, vormt de absolute basis van al het rekenwerk achterin de koers.
Wanneer je die specifieke coëfficiënt combineert met de gemiddelde snelheid van de winnaar van de dag, rolt er een strikt percentage uit. Dat percentage bepaalt direct de maximale tijd die een renner mag verliezen. Rijdt de winnaar vooraan ontzettend hard, dan krijgen de lossers achterin verhoudingsgewijs minder minuten de tijd om veilig binnen te komen.
Overzicht van de tijdslimiet per moeilijkheidsgraad
Om dit abstracte rekenwerk overzichtelijk te maken, hanteert de jury een vast schema. Hieronder zie je exact hoe de marge wordt berekend op basis van het type rit. De exacte toegestane achterstand in minuten fluctueert altijd, afhankelijk van het tempo van de koplopers.
| Type etappe | Moeilijkheidsgraad | Toegestane achterstand |
|---|---|---|
| Vlakke rit zonder grote obstakels | Coëfficiënt 1 | 4% tot 12% |
| Heuvelachtige rit met wat klimwerk | Coëfficiënt 2 | 6% tot 18% |
| Zware rit of kort middelgebergte | Coëfficiënt 3 | 10% tot 20% |
| Zeer zware bergetappe | Coëfficiënt 4 | 7% tot 18% |
| Korte, extreme bergetappe | Coëfficiënt 5 | 10% tot 22% |
| Individuele tijdrit | Coëfficiënt 6 | Vastgesteld op 25% |
Rekenmachines in de broekzak van de buschauffeur
Een percentage in een tabel klinkt misschien als droge theorie, maar in de praktijk betekent dit letterlijk racen tegen de bezemwagen. Stel dat de winnaar van een extreme bergetappe over een rit van vijf uur een bizar hoog gemiddelde rijdt. Dan kan de tijdslimiet zomaar op achttien procent komen te liggen. Dat betekent simpelweg dat de laatste groep uiterlijk 54 minuten na de winnaar de streep moet passeren.
Dit is precies de reden dat de ervaren mannen achterin, de zogeheten buschauffeurs, de hele dag aan het hoofdrekenen zijn. Zij kennen de beklimmingen op hun duimpje en weten exact welk tempo de snelle mannen moeten rijden om de benen te sparen, maar toch veilig binnen de berekende marge te blijven. Een misrekening betekent einde Tour de France.
Coulance van de jury bij extreme weersomstandigheden
Soms gaat het ondanks alle voorbereidingen in de gruppetto toch faliekant mis. Als de berekende tijd is verstreken en er druppelt nog een eenzame renner binnen, is de ronde in principe direct voorbij voor hem. Toch deelt de jury soms onverwachte genade uit aan de slachtoffers van het hooggebergte.
Wanneer een plotselinge hagelstorm de afdalingen levensgevaarlijk maakt, of als de geloste groep zo gigantisch groot is dat uitsluiting de helft van het sprintersgilde naar huis zou sturen, past de koersdirectie de regels wel eens tactisch aan. De echte professional neemt daar echter nooit een gok mee en levert tot de allerlaatste meter een intense strijd tegen de rekenmachine.