Het gemak waarmee Tadej Pogacar in de tweede en derde etappe rondreed, gaf weinig hoop voor de spankracht voor de rest van de Tour de France. Toch staan Jonas Vingegaard en hij nog in dezelfde tijd. In de podcast In de Waaier benadrukt Thijs Zonneveld die gelijke stand tussen de twee rivalen. "Op dit moment denk je: Pogacar is veel beter op dit moment, maar ze staan uiteindelijk gewoon gelijk."
Vingegaard in 2025 minder dan in 2024 en 2023
Wat de analist opviel, is dat Vingegaard qua explosiveit een stapje heeft teruggezet ten opzichte van 2025. Toen kon de kopman van Team Visma | Lease a Bike Pogacar beter volgen op de korte klimmetjes. "Mijn theorie is dan ook dat Vingegaard vorig jaar explosiever was, maar dat hij vervolgens juist op zijn terrein te kort kwam."
En dus heeft de Nederlandse ploeg het volgens Zonneveld over een andere boeg gegooid. "Als je alles bij elkaar legt dan is Pogacar van oudsher beter op de kortere klimmetjes en had Vingegaard een overwicht op langere beklimmingen na een etappe met veel kilojoules. Dat hebben we gezien in de Tours die hij won."
"Dan kun je inderdaad zeggen dat Pogacar beter is geworden op langere beklimmingen, maar als je kijkt naar wattage-schattingen, dan leek het erop dat Vingegaard in 2025 minder was dan in 2024 en 2023. Op Plateau de Beille in 2024 is misschien wel de beste klimprestatie geleverd van de afgelopen jaren. Daar lag Vingegaard nog heel dicht bij Pogacar. Zo'n prestatie heeft hij vorig jaar niet laten zien."
Zonneveld over Visma: 'Ze moeten het wel rigoureus aanpakken'
Op de Deense televisie vertelde Vingegaard voorafgaand aan de Tour de France dat hij slechts 57 kilogram weegt momenteel. "En als hij dan ook een groot blok heeft gedaan met langere beklimmingen in de Giro... Dan kan ik me voorstellen dat ze ervoor hebben gekozen om de focus anders te leggen. Ze moeten het ook rigoureus aanpakken, want je moet het ergens proberen te winnen."
Als Zonneveld zich in beleidsbepalers van Team Visma | Lease a Bike verplaatst, zou hij het op eenzelfde manier aanpakken. "Ze moeten ergens een plekje vinden waar ze Pogacar kunnen raken. Op die explosieve klimmetjes kon hij vorig jaar mee, maar verloor hij het sprintje alsnog. Nu verliest hij het sprintje ook en geeft hij twee seconden toe. Hij is wat minder vinnig dan vorig jaar."
Toch plaatst Zonneveld een kanttekening: hij is zich ervan bewust dat de theorie op papier mooi klinkt, maar dat het tegen deze Pogacar geen enkele garanties geeft. "Het is afwachten tot de zesde etappe of deze theorie ook daadwerkelijk opgaat."