Voor wielerfans is het bijna net zo vervelend als Tadej Pogačar dat is voor zijn collega's. De Sloveen duikt als een ware plaaggeest op voor eenieder die ook eens een koers denkt te kunnen winnen; voor mensen die van wielrennen houden is de vraag of mededeling dat wielrennen toch wel heel saai is om te kijken.
Een enorme misvatting natuurlijk, omdat die onwetenden de kunst van het koers kijken niet verstaan. Voetbal kijken, dat is pas saai – zeg ik als voormalig linksbuiten van VV Actief en GSVV The Knickerbockers, én voormalig seizoenkaarthouder van FC Groningen.
De mythe van de opperste concentratie
Het grootste misverstand dat er over het kijken naar wielrennen heerst, is dat je gedurende de gehele uitzendtijd van de koers, tegenwoordig toch al gauw een uur of vier à vijf, in opperste concentratie zou moeten kijken. FOUT! Wielrennen heeft de briljante premisse dat het, in tegenstelling tot voetbal, een voorspelbaar onvoorspelbare sport is.
De voorspelbaarheid ligt in het feit dat de route – uitgezonderd de dagen dat de finishline not at de finishline is – vooraf bekend is, net als de sleutelmomenten in de koers. Je weet kortom ongeveer wanneer je uit je wielerslaapje moet ontwaken, de kruiswoordpuzzel opgelost moet zijn en je de papieren Wieler Revue even aan de kant moet leggen.
De onvoorspelbaarheid van dat moment is dat je niet weet wat er precies gaat gebeuren, maar wel dát er iets gaat gebeuren (jaja, ik weet het: met de intrede van dhr. Pogačar is dat vrijwel zonder uitzondering dat er een Sloveen wegrijdt van de rest, maar goed, hij doet ook wel 's niet mee).
Waarom voetbal pas écht saai is
Voetbal en de meeste andere sporten zijn onvoorspelbaar onvoorspelbaar. Je weet dat er gedurende de 100 minuten voetbal – misschien – iets zal gebeuren, maar het moment waarop is ongewis. Het gevolg: eigenlijk moet je die gehele 100 minuten opletten. Terwijl een niet onaanzienlijk deel daarvan bestaat uit het inspiratieloos rondtikken van de bal.
Bij de wielervariant van dat inspiratieloos rondtikken van de bal, namelijk een peloton dat achter een kopgroep aanrijdt die ze toch wel zullen grijpen, kun je rustig gaan multitasken. Niks verveling. Je gaat pas echt opletten op het moment dat het nodig is. De rest is een heerlijk rustgevend ritueel op de bank.
Bladerend in een Wieler Revue met een half oor Renaat, José, Karsten of Jeroen kabbelend horen keuvelen terwijl een kleurrijk peloton door een fraai landschap meandert, tot het opeens echt om de knikkers gaat. Dát is de ware kunst van het koers kijken.
André van den Ende deelt tijdens de Tour de France zijn grootste ergernissen, over renners, commentatoren, Frankrijk, noem maar op.