Zelf in het zadel

99,9 kilometer op de teller is een ramp: 5 signalen dat de wieleramateur compleet kierewiet is

De gemiddelde wieleramateur leeft in een bubbel vol strakke regels en getallen. Herken jij jezelf in deze vijf punten?

André van den Ende
3 minuten
wielrennen
Herkenbare dingen voor wielrenners
Strava
Close-up van een gefrustreerde wielrenner met helm in een Nederlandse straat, die wanhopig naar zijn fietscomputer kijkt waar "99,9 KM" op staat

Als buitenstaander denk je misschien dat wielrennen een vrij simpele hobby is. Je stapt op de racefiets, trapt een paar uur stevig door en geniet van de frisse buitenlucht. Maar wie de fietscultuur van dichtbij bekijkt, ziet dat de realiteit aanzienlijk complexer in elkaar steekt.

Voor de gedreven toerfietser resulteert de drang naar controle namelijk in een fascinerende eigen wereld vol meetbaarheid en strakke protocollen. Als we heel eerlijk zijn, is het gedrag op de fiets soms best wel een beetje lachwekkend.

1. Blinde paniek bij een afgrijselijk gemiddelde

Er is vrijwel niets zo frustrerend voor de gepassioneerde fietser als een lange rit beëindigen met een gemiddelde snelheid van 29,9 kilometer per uur. Dat getal voelt voor velen als een enorme persoonlijke nederlaag. Je hebt urenlang afgezien, de felle tegenwind getrotseerd en toch heb je gevoelsmatig compleet gefaald.

Thuiskomen met deze ontsierende cijfers betekent steevast dat je met een ontzettend slecht humeur op de bank zit. Veel renners persen er in de laatste kilometers richting huis dan ook nog een volstrekt onverantwoorde eindsprint uit. Alles wordt in het werk gesteld om te voorkomen dat je maten straks dat pijnlijk net-niet getal op Strava zien verschijnen.

2. Drie keer de straat op en neer fietsen

Naast de obsessie met snelheid is de totaal afgelegde afstand een absolute fixatie. Een serieuze zondagrit is idealiter exact 100 kilometer, of net iets meer. Kom je na een uitputtende tocht je eigen straat inrijden en staat de teller op 99,9 kilometer? Dan weet elke wielrenner wat hem te doen staat.

Je klikt absoluut niet uit je pedalen, maar fietst rustig nog drie keer je eigen straat op en neer. Zelfs als je buurman je hoofdschuddend aankijkt en je benen helemaal leeg zijn. Dat ronde getal moet simpelweg op het scherm verschijnen, want een lange rit van 99 kilometer telt in het hoofd eigenlijk niet mee.

3. Pure paniek bij een afwijking van de routine

Spontaniteit en flexibiliteit zijn woorden die je in het peloton zelden tot nooit hoort. De ritten in het weekend kennen altijd een ijzeren en wekelijkse routine. Er wordt vertrokken op exact hetzelfde tijdstip, via een zorgvuldig uitgestippelde route, en de pauze vindt steevast plaats bij dat ene vertrouwde café voor de verplichte appeltaart.

Als de start onverhoopt tien minuten later is of de vaste weg is afgesloten door wegwerkzaamheden, slaat de pure paniek toe. Deze onbuigzame groepsplanning is tekenend voor de grote drang naar controle op de fiets. De amateur fietst om in het weekend het hoofd leeg te maken, maar creëert daarvoor eerst een strak keurslijf waar absoluut niet van mag worden afgeweken.

4. Urenlang poetsen op een glimmende racefiets

Voor veel enthousiaste fietsers is het wekelijkse onderhoud van de racefiets een uitgebreid ritueel dat veel weg heeft van een chirurgische ingreep. Dure kettingen worden urenlang uitgekookt in speciale waxbaden en elk minuscuul zandkorreltje wordt direct met beleid verwijderd. De zoektocht naar een fluisterstille aandrijflijn gaat uren door.

Het materiaal moet altijd in een onberispelijke staat verkeren, zelfs als de berijder zelf kampt met een stevige conditionele achterstand na de winter. Er wordt eindeloos gediscussieerd over de aerodynamica van ventieldopjes of verborgen kabels. Het zijn opvallende details die voor een zaterdagochtendfietser natuurlijk volstrekt overbodig zijn

5. De talloze kledingvoorschriften

Naast al die harde cijfers en blinkend materiaal zijn er uiteraard de strenge ongeschreven kledingvoorschriften. Je draagt altijd hoge sokken, de pootjes van je bril rusten over de helmbandjes heen en een zadeltas is voor de echte purist simpelweg onacceptabel.

Uiteindelijk weten de meeste amateurrenners dondersgoed dat dit gedrag behoorlijk kierewiet is. We klagen steen en been over een verkeerd zittend mouwtje terwijl we puffen tegen de wind in. Maar juist die gezamenlijke eigenaardigheden en de bijbehorende zelfspot maken deze fietssport zo ontzettend mooi en sterk verbindend.