Toen tafelgast Leo Alkemade het onvermijdelijke ‘D-woord’ op tafel legde, reageerde Dumoulin niet met een verdediging, maar met begrip. Hij weet waar de diepgewortelde scepsis vandaan komt. Hij snapt de argwaan die bij veel kijkers de overhand neemt wanneer een prestatie de grenzen van het voorstellingsvermogen tart.
"De wielerwereld heeft dit over zichzelf afgeroepen"
Dumoulin stak zijn kop niet in het zand. Hij erkende direct dat het wantrouwen een logisch gevolg is van het verleden. “Ik snap heel goed dat men vraagtekens plaatst, zeker gezien het verleden van de wielersport”, begon hij zijn betoog. “De wielerwereld heeft dat in het verleden natuurlijk ook een beetje over zichzelf afgeroepen.”
Door deze erkenning creëerde hij de ruimte om zijn werkelijke punt te maken. Hij weigert namelijk mee te gaan in de insinuaties. “Ik kijk in de eerste plaats naar een wielrenner van wie ik ontzettend geniet. Er is namelijk geen enkele aanleiding of bewijs voor het tegendeel. Die bewijzen en aanwijzingen waren er in het verleden wel, maar nu eigenlijk helemaal niet.”
De onmacht om een 'gigantisch megatalent' te bevatten
Waarom hebben we zoveel moeite met dit soort dominantie? Dumoulin: “Soms proberen we in de sport die paar zeldzame supertalenten, die eens in de zoveel jaar voorbijkomen, te verklaren op onze eigen, menselijke manier”, legde hij uit.
Hij trok de vergelijking met een ander icoon. “We proberen te verklaren waarom een Messi zo goed is, maar eigenlijk begrijpen we het gewoon niet. Dat roept soms, zeker in Nederland, ook wel wat weerstand op.”
Scepsis als het ultieme compliment
Zijn conclusie van Dumoulin draait de hele discussie om. De argwaan is geen belediging, maar een bewijs van uitzonderlijk talent. “Het is ergens ook een compliment naar hem. Dat je zó goed bent, dat mensen dat meteen gaan denken.”
Zijn uiteindelijke boodschap is dan ook een oproep aan ons allemaal. We kunnen blijven proberen het onverklaarbare te verklaren, of we kunnen accepteren dat we getuige zijn van iets zeldzaams. “We snappen het niet, maar we moeten er vooral van genieten. Er komt nu eenmaal eens in de zoveel tijd iemand voorbij met zo'n gigantisch megatalent.”