Wie weleens naar de bergetappes in de Tour de France kijkt, ziet de absolute wereldtop met een indrukwekkende trapfrequentie naar boven vliegen. Ze draaien moeiteloos negentig tot honderd omwentelingen per minuut, zelfs op de steilste stroken. Kijk je daarna op een willekeurige zondagochtend op het fietspad, dan zie je vaak een heel ander beeld.
Veel wielertoeristen trekken met een loodzware versnelling en een extreem lage trapfrequentie aan hun stuur om vooruit te komen. Dat constante 'stoempen' voelt misschien heel krachtig aan, maar het is fysiologisch gezien de minst efficiënte manier om te fietsen.
De zware wissel op je beenspieren
Wanneer je met een zware versnelling fietst, doe je bij elke pedaalslag eigenlijk een soort zware krachtoefening. Dit legt een gigantische druk op je spiervezels en put de glycogeenvoorraden (de suikers in je spieren) razendsnel uit. Je benen verzuren daardoor in recordtempo, waarna de gevreesde hongerklop of spierkramp op de loer ligt.
Door lichter te schakelen en je trapfrequentie in de bergen te verhogen naar negentig omwentelingen per minuut (of in de bergen tachtig), verplaats je de belasting naar je hart en longen. Je ademhaling herstelt na een stevige inspanning veel sneller dan verzuurde bovenbenen.
Sparen van kwetsbare gewrichten
Het weigeren van een lichter verzet is niet alleen dodelijk voor je uithoudingsvermogen, het is ook een directe aanslag op je knieën. Bij een lage trapfrequentie moet je bij elke omwenteling heel veel kracht zetten vanuit een gebogen kniegewricht.
Dit creëert een enorme piekbelasting op je knieschijf en de omliggende pezen. Veel fietsers die na een weekend in de heuvels kampen met hardnekkige pijntjes, hebben simpelweg te lang met te veel kracht omhoog staan harken. Souplesse is het allerbeste medicijn tegen deze sluipende overbelasting.
Geen schaamte voor een grotere cassette
Om lichter te kunnen trappen, moet je racefiets daar natuurlijk wel voor uitgerust zijn. Veel wielertoeristen rijden nog steeds rond met een traditioneel zwaar polderverzet en weigeren een grotere cassette te monteren uit een misplaatste vorm van trots.
Dat is ontzettend zonde, want de profs in de Tour rijden tegenwoordig in de bergen ook gewoon met een 34-tands of zelfs 36-tands kransje achterop om hun ideale cadans te behouden. Het monteren van een lichter klimverzet is dan ook absoluut geen teken van zwakte, maar het bewijs van fysiologisch verstand.
Soepel over de steilste stroken richting de top
Als je deze zomer de heuvels of de bergen intrekt, dwing jezelf dan om die trapfrequentie bewust hoog te houden. Schakel al terug vóórdat de weg daadwerkelijk omhoog loopt en probeer die soepele tred constant vast te houden.
Het voelt in het begin misschien alsof je minder hard werkt omdat je spieren niet direct in de brand staan, maar je zult merken dat je het klimmen veel langer volhoudt. Zo bereik je uiteindelijk veel sneller, veiliger en zonder pijnlijke gewrichten de top van elke klim.