Materiaal

Het enkele voorblad van Jonas Vingegaard op de racefiets is voor de wielertoerist een garantie op frustratie

Jonas Vingegaard verbaast in de Tour de France met zijn fiets zonder voorderailleur. Laat je echter niet direct verleiden door deze profkeuze, want op de weg snijdt de gemiddelde wielrenner zichzelf hiermee flink in de vingers.

André van den Ende
2 minuten
Jonas Vingegaard in actie op zijn Cervélo racefiets met een enkel voorblad (1x aandrijving) in de bergen tijdens de Tour de France.

Het is dit jaar het gesprek van de dag in de Tour de France: Jonas Vingegaard die bewust kiest voor slechts één kettingblad voor. Het zorgde direct voor opgetrokken wenkbrauwen bij analisten als Tom Dumoulin en Stef Clement. Zij uitten op televisie openlijk hun twijfels over deze opvallende materiaalkeuze en begrepen niet helemaal waarom de Deen dit risico nam.

Het ziet er natuurlijk ontzettend strak uit en de ketting valt er tijdens het schakelen niet meer af. Het is dan ook verleidelijk om na het zien van de beelden uit Frankrijk direct de voorderailleur van je eigen racefiets te schroeven. Veel gravelbikes hebben deze setup immers al standaard.

Marginale gewichtswinst weegt niet op tegen de nadelen

Vingegaard en zijn ploeg jagen op elke gram. Het weglaten van een derailleur en een binnenblad levert een gewichtsbesparing op van ongeveer veertig tot vijftig gram. Voor een tweevoudig Tourwinnaar die op de absolute limiet presteert op de steilste cols, telt wellicht elk detail.

Voor de gemiddelde wielertoerist die op zondagochtend met een volle bidon en een banaan in de achterzak vertrekt, is die winst volstrekt verwaarloosbaar. Dumoulin en Clement gaven het al treffend aan: dit kleine voordeel op de weegschaal weegt eigenlijk totaal niet op tegen de praktische nadelen die je op de weg ervaart - en dat geldt dan natuurlijk helemaal voor de wielertoerist.

Grote gaten in de cassette breken je cadans

Het echte probleem van zo'n minimalistische aandrijving op de weg zit aan de achterkant. Om zonder binnenblad toch een breed bereik aan versnellingen te behouden, moet je een veel grotere cassette monteren. Dit betekent automatisch dat de stappen tussen de verschillende kransjes groter worden.

Waar Vingegaard met perfect op maat gemaakt materiaal zijn trapfrequentie mogelijk nog ideaal kan houden, stuit jij op het vlakke op een flink probleem. Schakel je met de wind tegen één kransje lichter, dan voelt het direct alsof je in het luchtledige trapt. Op strak asfalt wil je een vast ritme vasthouden en vormen die missende tussenstapjes in je versnellingen een regelrechte aanslag op je benen.

Schuinere kettinglijn zorgt voor constant wrijvingsverlies

Een ander nadeel dat in de euforie rondom het materiaal van de profs vaak over het hoofd wordt gezien, is de stand van je ketting. Omdat je voorin niet meer kunt schakelen, ligt de ketting achter veel vaker in een extreme hoek.

Zelfs bij de peperdure setup van Vingegaard zorgt dit in theorie voor extra wrijving. Voor de amateur betekent dit heel simpel dat je constant een deel van de krachten verliest die je zo zorgvuldig op de pedalen overbrengt. Daarnaast slijt je kostbare materiaal door die schuine belasting aanzienlijk sneller.

Vasthouden aan de vertrouwde dubbel op het asfalt

Voor gravelaars blijft het systeem met één kettingblad een fantastische uitvinding vanwege de modderafvoer en de eenvoud op ruig terrein. Op de racefiets is de traditionele setup met twee bladen echter nog steeds de onbetwiste koning voor de wielertoerist.

Je behoudt daarmee soepele overgangen tussen de versnellingen en je fietst op lange vlakke stukken efficiënter. Laat Vingegaard zijn materiaal maar tot in het extreme testen in Frankrijk, jij fietst uiteindelijk het prettigst met die extra derailleur op je frame.