Zelf in het zadel

Sprinten als Kooij en Merlier: voorkom de grootste fout vlak voor het plaatsnaambordje

Olav Kooij en Tim Merlier wonnen de eerste twee massasprints in deze Tour de France. Met de techniek van deze kanonnen versla jij dit weekend geheid je fietsmaten in de lokale bordjessprint.

André van den Ende
2 minuten
Olav Kooij Olav Kooij
Tim Merlier Tim Merlier
Wielertraining
wielrennen
Olav Kooij schreeuwt het uit van vreugde en balt zijn vuist na zijn etappeoverwinning. Hij draagt de blauw-groene teamkit van Decathlon en een zilverkleurige helm met zonnebril.

Iedere zondagochtend voltrekt zich hetzelfde tafereel op de Nederlandse polderwegen. De snelheid in het groepje gaat ongemerkt omhoog, de gesprekken vallen plotseling stil en alle blikken fixeren zich op dat ene blauwe bord in de verte.

De bordjessprint is een heilig ritueel voor actieve fietsers. Waar profs in de Tour de France strijden om eeuwige roem en vette contracten, vechten amateurs op hun vrije dag om het pure eergevoel. En natuurlijk om het recht om de rest van de rit de overwinning flink in te wrijven bij de verliezers.

Leren van de winnaars van de eerste Tour-sprints

Het is je vast niet ontgaan dat Nederland en België direct succes boekten in de eerste twee massasprints van deze Tour de France. Olav Kooij en Tim Merlier eisten razendsnel de zeges op.

Hoewel deze mannen met reusachtige bovenbenen absurde wattages wegstampen, schuilt hun ware geheim niet alleen in die spierkracht. De techniek achter hun aanzet is veel bepalender voor de winst. Dat is precies het punt waar de gemiddelde wielertoerist gigantisch de mist in gaat vlak voor het plaatsnaambordje.

De klassieke fout richting de bebouwde kom

Kijk maar eens goed naar je eigen fietsmaten zodra de finale van jullie plaatselijke sprint losbarst. Het patroon is steevast hetzelfde op de racefiets. Vrijwel iedereen schakelt in blinde paniek de ketting direct naar het allerzwaarste verzet. De befaamde 'elf' of 'twaalf' wordt achter ingelegd in de ijdele hoop de concurrentie genadeloos te verpletteren.

Het resultaat is helaas een trage aanzet waarbij het hele bovenlichaam schokt, de pedalen amper rondkomen en de fiets nauwelijks vaart meepakt. Je bent op dat moment meedogenloos aan het stoempen, in plaats van echt effectief aan het sprinten.

Souplesse en cadans voor maximale fietssnelheid

De absolute voorwaarde voor succes in de strijd om het bordje is het kiezen van de juiste versnelling. Zelfs een krachtpatser als Merlier of een verfijnde sprinter als Kooij trapt tijdens de beslissende meters een cadans van ver boven de honderd omwentelingen per minuut. Soms tikken ze in het heetst van de strijd de honderdtwintig aan.

Door je verzet net iets lichter te houden dan je ego je influistert, reageer je veel explosiever op een plotse demarrage uit de groep. Je creëert de broodnodige versnelling om pijlsnel uit het wiel te knallen. Pas als je echt op topsnelheid bent, schakel je eventueel nog een tandje bij om het tempo vast te houden tot de streep.

Sluwe timing vanuit de luwte van je fietsgroep

Naast de juiste trapfrequentie draait alles om geduld en een perfecte positionering, exact het handelsmerk van Kooij tijdens zijn ritzege. Blijf zo lang mogelijk verscholen in het wiel van je zwoegende fietsmaat. Houd je handen stevig onderin de beugels, maak je bovenlichaam klein en wacht uiterst kalm je moment af.

Zodra het doelwit op een kleine honderd meter nadert, gebruik je jouw hogere trapfrequentie om vlijmscherp te passeren. Terwijl de rest geparkeerd staat met hun veel te zware verzet, gooi jij soepel je voorwiel als eerste over de denkbeeldige finishlijn.