De wielerwereld zat met een kater na de zesde etappe. Een déja vu van jewelste, met een Sloveen die de concurrentie op minuten reed en de spanning uit de Tour leek te halen. De beschuldigende vinger wees niet alleen naar de renner, maar vooral naar de organisatie die een dergelijk scenario faciliteerde. In een interview met het Deense TV2 probeerde parcoursbouwer Thierry Gouvenou de brand te blussen, maar hij gooide vooral meer olie op het vuur.
Een 'fiasco' voor de spanning
Gouvenou stak van wal met een opmerkelijke bekentenis. Hij erkende dat het plan om de spanning langzaam op te bouwen, op z'n zachtst gezegd, mislukt was. Sterker nog, hij nam het woord ‘fiasco’ zelf in de mond. “Dus wat de spanning betreft, kun je wel zeggen dat het een fiasco was”, gaf hij toe. Het was de opmaat voor een reeks uitspraken die een stuitend gebrek aan inzicht in het moderne wielrennen blootlegden.
De onthullende naïviteit van de Tourorganisatie
De meest veelzeggende zin uit het hele interview was zijn verklaring voor het immense tijdsverschil. Het was een zin die de naïviteit van de ASO in één klap samenvatte. “Om eerlijk te zijn hadden we niet zo’n groot verschil verwacht, en we dachten dat de verschillen aan de finish veel kleiner zouden zijn geweest.”
Precies hier zit de kern van het probleem. Experts en oplettende volgers zagen al maanden dat dit ‘klassieker-parcours’ een open uitnodiging was voor Pogacar om de Tour vroegtijdig te beslissen. Hij hoefde op de Tourmalet maar een paar tellen te hebben om in de afdaling, het dal en de makkelijke slotklim flink uit te lopen. Dat de organisatie zelf verrast is door de uitkomst, bewijst dat ze de dynamiek van het huidige wielrennen totaal niet begrijpen. Het is een bekentenis van onkunde.
Pogacar is het probleem, niet de route?
In een poging de meubelen te redden, probeerde Gouvenou de schuld van zich af te schuiven. De oorzaak lag niet bij het parcours, maar bij de uitzonderlijke klasse van één renner. “Het probleem is niet de route. Het probleem is het verschil tussen Pogacar en de anderen”, stelde de Fransman. “Hij is zo sterk, dat elke route hem past.”
Het is een zwaktebod. Natuurlijk is Pogacar uitzonderlijk, maar een goede parcoursbouwer anticipeert daarop. In plaats van een parcours te maken dat een vroege beslissing uitlokt, ontwerp je ritten die meerdere scenario’s mogelijk maken en de deur openhouden voor tactische verrassingen. Conclusie: Gouvenou verschuilt zich achter de kracht van de winnaar, in plaats van de zwakte van zijn eigen ontwerp te erkennen.