Tijdens de bergetappes in de Tour de France valt één ding direct op: de grote klassementsmannen staren constant geconcentreerd naar hun fietscomputer. Waar de renners vroeger puur op gevoel wegsprongen aan de voet van een col, is klimmen tegenwoordig een uiterst berekende wiskundesom. De renners weten exact welk vermogen ze twintig minuten lang kunnen trappen zonder zichzelf op te blazen.
Als gemiddelde wielertoerist pak je zo'n beklimming vaak heel anders aan. Vol goede moed en adrenaline knal je de eerste steile honderden meters omhoog, om er halverwege achter te komen dat je benen volledig leeglopen. Dat 'parkeren' is ontzettend pijnlijk, maar met de juiste tactiek heel eenvoudig te voorkomen.
De gevaarlijke valkuil van de eerste kilometers
Elke beklimming voelt aan de voet bedrieglijk makkelijk. Je bent nog fris, de hartslag is relatief laag en de adrenaline pompt door je aderen omdat de berg eindelijk begint. Dit is het exacte moment waarop negen van de tien wielertoeristen de fatale fout ingaan.
Ze trappen in hun enthousiasme direct een vermogen dat ze nooit tot de top kunnen volhouden. Je lichaam schakelt hierdoor over op de anaerobe verbranding, waarbij je spieren razendsnel volstromen met melkzuur. Als je die rode grens eenmaal zwaar bent gepasseerd, is er geen weg meer terug en wordt de rest van de klim een absolute lijdensweg.
Staren naar je stuurpen als een ronderenner
De absolute sleutel tot een succesvolle beklimming is het in bedwang houden van je eigen ego. Laat je fietsmaten aan de voet van de berg gerust wegrijden als zij wel direct versnellen. De profs doen dit exact zo: als een concurrent aanvalt met een onhoudbaar wattage, blijven zij strak hun eigen tempo rijden.
Dit heet pacen. Gebruik je een hartslagmeter of vermogensmeter, zoek dan vooraf uit waar jouw omslagpunt ligt. Dwing jezelf om daar in de eerste helft van de klim strikt onder te blijven. Je straft jezelf later dubbel en dwars terug als je hierin te gretig bent.
Jouw ideale klimritme bepalen zonder elektronica
Ook zonder dure vermogensmeters of borstbanden kun je jouw inspanning perfect pacen. De allerbeste methode hiervoor is de klassieke praattest. Probeer tijdens de eerste kilometers van de beklimming een volledige, normale zin uit te spreken tegen je fietsmaat of gewoon hardop tegen jezelf.
Lukt dit niet omdat je naar adem hapt? Dan ga je op dat moment echt veel te hard en moet je direct een tandje terugschakelen. Je ademhaling is de meest eerlijke graadmeter van je fysiologische belasting.
Frisse benen voor de laatste steile stroken
Het vergt ontzettend veel discipline om jezelf aan de voet van een berg bewust in te houden. Toch is de beloning gigantisch. Doordat je in het eerste deel zuinig met je energie bent omgesprongen, heb je in de laatste, vaak steilste kilometers nog de macht om soepel te blijven trappen.
Dit is het prachtige moment waarop je al die fietsmaten, die aan de voet zo stoer bij je wegreden, één voor één hijgend en geparkeerd inhaalt. Met een strak pacing-plan verander je elke zware col van een overlevingstocht in een triomftocht.