Wanneer je de officiële routekaartjes van de Franse rittenkoers bestudeert, lijkt het allemaal wel mee te vallen. Een berg van de buitencategorie ziet er op het scherm van je telefoon vaak uit als een bescheiden bobbeltje in het landschap. Toch stappen de best getrainde atleten ter wereld steevast met het snot voor de ogen af na zo'n etappe.
Hoe kan het dat de realiteit zo enorm botst met de tekeningetjes die we in juli dagelijks voorgeschoteld krijgen? Het antwoord ligt in de schaalverdeling van de grafieken die de ASO verspreidt.
De optische illusie van hoogteprofielen
Om een hele etappe op één klein schermpje te passen, moet de organisatie concessies doen. De horizontale as met het aantal gereden kilometers wordt enorm in elkaar gedrukt. De verticale as met de hoogtemeters ondergaat daarentegen een heel andere behandeling. Hierdoor ontstaat een fenomeen dat in de wereld van de kaartenmakers bekendstaat als verticale overdrijving.
Dit klinkt misschien ingewikkeld, maar het effect is heel simpel. De bergen op de etappeprofielen van de Tour de France verliezen hun ware proporties. Een zware klim met een gemiddeld stijgingspercentage van ruim acht procent krijgt op papier een flauwe hellingshoek. Het lijkt daardoor alsof je met een flinke aanloop in het buitenblad moeiteloos naar boven knalt, terwijl de renners in de praktijk hun kleinste versnelling moeten aanspreken.
De werkelijke zwaarte van een bergetappe
Neem nu de beroemde beklimming van Alpe d'Huez. Wie de twintig kilometer lange aanloop en de eenentwintig haarspeldbochten weleens heeft gereden, weet dat dit een absolute martelgang is. Bekijk je echter het officiële parcourskaartje van de Tourorganisatie, dan oogt deze iconische reus letterlijk als een verkeersdrempel in een woonwijk.
Als je een grafiek van deze berg zou maken met een eerlijke verhouding tussen lengte en hoogte, krijg je een compleet ander beeld. Op een schaal van één op één verschijnt er ineens een angstaanjagende muur op je beeldscherm. Het is dan ook logisch dat de profs zich zelden blindstaren op de gelikte plaatjes van de organisatie. Zij gebruiken eigen software om de werkelijke zwaartekracht accuraat in te schatten.
Slopend vals plat blijft verborgen
Het visuele bedrog beperkt zich bovendien niet alleen tot het hooggebergte. Juist in de ritten over geaccidenteerd terrein slaat de optische illusie meedogenloos toe. Een etappe die op de grafieken biljartvlak lijkt, is in werkelijkheid vaak een aaneenschakeling van slopend vals plat.
Voor de wielerfan thuis lijkt het soms onbegrijpelijk dat een topsprinter in zo'n rit plotseling moet lossen. De mannen in het peloton voelen de brandende verzuring in hun benen echter maar al te goed. De subtiele hoogtemeters vallen in het grote plaatje volledig weg. Hierdoor word je als kijker onbewust op het verkeerde been gezet en onderschat je de geleverde prestatie.