De vijfde plaats in Nevers voelde voor Artz als het maximaal haalbare, maar de eerdere sprints in deze Tour hebben hem wel aan het denken gezet over zijn potentieel. "Ja, zeker weten. Ik vind mezelf opnieuw uit in deze Tour. De laatste twee sprints was ik nog heel erg verrast. Iets in mij was nog een beetje aan het twijfelen of ik wel echt de snelheid heb voor sprints te winnen. Maar toen heb ik het teruggekeken en zag ik dat ik toch wel met heel veel vaart opkwam en dit natuurlijk het hoogste niveau is. Dus ben ik wel iets meer in mezelf gaan geloven."
Eigen koers varen in de slotkilometers
In de hectiek van de finale koos Artz er bewust voor om niet blindelings op zijn eigen ploeggenoten te leunen, maar zijn sprintersinstinct te volgen. "Ik had natuurlijk wel Liam Slock en Jenno Berckmoes voor me zitten in de laatste vijf kilometer. Maar we hadden afgesproken dat ik een klein beetje vooruit mag gaan", legt hij uit. "En dat is niet omdat ik ze niet vertrouw. Dat is gewoon omdat ik mezelf aan het uitvinden ben en mijn gevoel volg om de grote sprinttreins te volgen die heel veel ervaring hebben natuurlijk. Ik verloor nu wel het wiel in de laatste anderhalve kilometer en kom mooi met Pedersen terug naar voren. En vanaf dat moment was het helemaal aan mijzelf om het af te maken."
Geïnspireerd door Wærenskjold
Het feit dat hij zich nu fysiek kan meten met de absolute wereldtop, wakkert de ambitie voor een ritzege aan. "Toen ik vierde was en ik zag de winnaar finishen, dat deed wel iets met me", bekent Artz eerlijk.
"Dat deed me geloven dat ik misschien zelf ook wel kan winnen als ik hier wat meer werk van ga maken en meer in mezelf geloof. Als je er zit kun je toch altijd winnen, zo zie je. Maar het is een hele sterke renner, dus wat mij betreft verrast hij me niet erg", besluit Artz.