Zelf in het zadel

Lessen uit de Tour: waarom te vroeg insturen in de bocht je enorm veel snelheid kost

De Tour start vandaag op het Formule 1-circuit van Magny-Cours. Tijd voor een lesje stuurmanskunst: door de ideale lijn van coureurs te kopiëren, bespaar je na elke bocht bakken met energie.

André van den Ende
2 minuten
Wielertraining
wielrennen
Fietsen
Een wielrenner met een helm op snijdt met hoge snelheid en de perfecte gewichtsverdeling een strakke bocht aan.c

Vandaag klikt het Tourpeloton de pedalen in op het legendarische asfalt van Nevers Magny-Cours. Hoewel de brullende motoren zijn vervangen door carbonfietsen, is de uitdaging in de bochten exact hetzelfde.

Veel wielertoeristen sturen te vroeg en te scherp in, waardoor ze na de bocht weer flink op de pedalen moeten staan om het gat met hun fietsmaten dicht te rijden. Dat sprintje kost onnodig veel kostbare krachten. Door de theorie van de ideale lijn te kopiëren, vlieg je voortaan veel sneller en soepeler de hoek om zonder die constante fysieke inspanning.

Buiten beginnen en binnen raken

Autocoureurs zijn geobsedeerd door de ideale lijn. De theorie is simpel: hoe ruimer je de bocht maakt, hoe minder scherp de hoek is en hoe meer snelheid je behoudt. De gouden regel is 'buiten, binnen, buiten'.

Benader een bocht naar rechts vanaf de linkerkant van de weg, stuur pas laat in naar de binnenkant (de apex) en laat je bij het uitkomen weer naar buiten drijven. Zo hoef je je racefiets veel minder schuin te leggen. Hou er op de openbare weg natuurlijk wel rekening mee dat er ander verkeer is, safety first!

Remmen doe je uitsluitend vooraf

Een van de grootste fouten is vol in de remmen knijpen terwijl je al schuin in de bocht hangt. Dit zorgt ervoor dat je banden hun grip verliezen, met een nare schuifpartij tot gevolg. Doe je remwerk in een rechte lijn vóórdat je de bocht instuurt.

Zorg dat je de gewenste snelheid hebt bereikt op het moment dat je begint met sturen. Laat de remmen daarna los, zodat je banden de maximale grip hebben om de zijwaartse krachten op te vangen.

Druk zetten op je buitenste pedaal

Om grip te houden op het asfalt, moet je jouw lichaamsgewicht slim inzetten. De stand van je voeten is hierin cruciaal. Zorg dat je buitenste pedaal in een scherpe bocht altijd volledig naar beneden wijst en verplaats je gewicht naar dat laagste punt.

Hiermee verlaag je het zwaartepunt van de fiets en lijn je de natuurkundige krachten perfect uit. Je fiets blijft hierdoor strak op het wegdek plakken zonder nerveus te reageren.

Kijken naar de uitgang van de bocht

Je fiets volgt altijd je ogen. Als je tijdens het sturen angstig naar de buitenrand van de bocht of die diepe greppel kijkt, stuur je er onbewust recht naartoe. Richt je blik al vroeg op de binnenkant van de bocht en draai je hoofd daarna direct door naar de uitgang.

Door ver vooruit te kijken, anticipeer je op de weg en stuur je automatisch een vloeiende lijn waardoor je na het sturen direct weer snel op de pedalen kunt gaan staan.