Olav Kooij moest in de twaalfde etappe wederom genoegen nemen met een tweede plaats. Na de teleurstelling tegen Søren Wærenskjold op woensdag was het donderdag de pijlsnelle Belg Tim Merlier die er met de overwinning vandoor ging. Het was een enorm rommelige bedoening richting de finish in Chalon-sur-Saône. Onze landgenoot bevestigde dat na de rit volmondig voor de camera. "Het was wel een beetje chaos", vertelde hij aan de NOS.
Strakke timing van de blauwe brigade verstoort de plannen
Het tactische plan van de ploeg leek aanvankelijk nog uitstekend te werken. De 24-jarige sprinter zat in een prima positie Totdat de trein van Jasper Philipsen met Mathieu van der Poel langszij kwamen. "Ik denk dat we goed die laatste twee bochten inrijden. Daarna kon niemand het echt op een lint trekken. Uiteindelijk timet Alpecin denk ik best goed. Zij komen met snelheid over links. Daar verloren Cees (Bol, red.) en ik wat plaatsen."
In plaats van een vrije sprint werd het een frustrerende ervaring. "Op 500 meter van de streep deed ik vervolgens een inspanning om wat op te schuiven", vervolgt Kooij. "Toen kwam ik een beetje in het bolletje terecht, waarna ik moest wachten tot ik echt de ruimte had. Dat kwam niet direct. Daardoor moest ik wachten tot ik echt vol kon gaan. Dat waren pas de laatste drie trappen voor mijn gevoel."
Vermoeidheid in het zwoegende peloton leidt tot onrust
Toch kwam de chaotische aanloop naar de slotkilometer niet helemaal als een donderslag bij heldere hemel. De koers was hard gemaakt en vooral Lidl-Trek van Mads Pedersen zocht fanatiek naar een mogelijkheid om de pure sprinters af te matten. Kooij wist ver voor de finale al dat zoiets stond te gebeuren.
"Je voelde het wel een beetje in het peloton. Dat er wat vermoeidheid zat en dat ploegen het idee hadden dat ze wat konden forceren. Dat voelden we wel aankomen. Ik denk dat we daar goed op hebben gereageerd. Ik heb nooit het gevoel gehad dat we de controle helemaal kwijt waren."
Blik stevig gericht op de uitdagende slotweek van de Tour
De grootste kansen voor sprinters lijken nu wel definitief voorbij te zijn in deze Toure. De overgebleven en kleine mogelijkheden in rit zeventien en eenentwintig bieden wellicht nog een sprankje hoop, al is het terrein daar aanzienlijk uitdagender voor de wat zwaardere mannen.
Kooij's moraal is na deze bittere pil in ieder geval nog niet gebroken. "In de derde week is het altijd anders. Het gaat lastig worden om van die twee etappes echt een sprint van te maken. Maar we gaan er wel voor", eindigt hij.