Je kent het wel. Je bent bezig aan een epische beklimming in de Ardennen, Vogezen of Alpen en de weg lijkt recht omhoog te lopen. Terwijl je longen branden en je benen smeken om genade, kijk je hoopvol naar je stuur voor wat digitale bevestiging.
Maar in plaats van dubbele cijfers, laat je scherm een schamele 5 procent zien. Het voelt bijna als een persoonlijke belediging van je dure apparaatje. Toch ligt het niet aan je benen, maar aan een fundamentele beperking van de techniek.
Berekenen in plaats van direct meten
We zijn tegenwoordig extreem verwend met de data op ons stuur. Vermogen, hartslag en trapfrequentie verschijnen razendsnel en uiterst accuraat in beeld. Voor het stijgingspercentage op je fietscomputer ligt dat helaas een flink stuk ingewikkelder. Er zit namelijk geen klein waterpasje in je Garmin of Wahoo ingebouwd dat de hoek van het asfalt scant.
Het apparaat moet de hellingsgraad constant uitrekenen op basis van twee andere databronnen. Ten eerste kijkt het naar de afgelegde afstand via het satellietsignaal.
Ten tweede registreert de ingebouwde barometer de verschillen in luchtdruk om de gewonnen hoogte te bepalen. Door de hoogte te delen door de afstand, rolt er een percentage uit. Omdat je eerst een stukje gereden moet hebben voordat er iets te delen valt, kijk je op het scherm dus altijd naar het verleden.
Strijd tegen zenuwachtige cijfers
Naast deze natuurlijke achterstand gooit de software van je apparaat zelf ook nog roet in het eten. Als je schermpje elke fractie van een seconde een nieuwe berekening zou tonen, zou het getal continu heen en weer schieten. Om dat te voorkomen, strijkt de fabrikant de data netjes glad. Het getal op je scherm is daardoor vaak een gemiddelde van de afgelopen tien tot vijftien seconden.
Dat vertragende effect merk je vooral in haarspeldbochten. Vaak piekt de steilte aan de binnenkant van zo'n bocht enorm. Omdat je snelheid daar erg laag ligt en de computer alles middelt, zie je dat duizelingwekkende percentage pas op je scherm verschijnen als je alweer honderd meter verderop fietst. De pijn is dan allang geleden, terwijl de digitale bevestiging rijkelijk laat binnenkomt.
Dichte bossen en verdwaalde zweetdruppels
De techniek is bovendien enorm gevoelig voor de elementen om je heen. Rijd je door een bos met een dicht bladerdek, dan heeft je apparaat grote moeite om de exacte afstand vast te stellen. Zodra de afstandsmeting gaat haperen, klopt de hele formule voor het percentage direct niet meer.
De barometer is misschien nog wel kwetsbaarder in de buitenlucht. Achterop je apparaat zitten hele kleine gaatjes om de luchtdruk te meten. Als daar tijdens een warme klim een verdwaalde druppel zweet in valt, raakt de sensor volledig van de leg. Hetzelfde gebeurt bij een stevige regenbui. Zodra dat luchtgaatje geblokkeerd is, bevriest de meting en lijk je volgens het scherm plotseling op een biljartvlakke weg te rijden.
Een klassieke oplossing voor snellere data
Helemaal synchroon met de werkelijkheid zal het getal op je scherm nooit lopen. Toch kun je de berekening wel degelijk een flinke boost geven. De simpelste truc is het monteren van een klassieke snelheidssensor op de naaf van je voorwiel.
Door zo'n simpele sensor hoeft de computer niet meer te wachten op het trage satellietsignaal voor de afgelegde afstand. Het wieltje meet de afstand direct en accuraat, waardoor de rekensom veel sneller gemaakt kan worden. Het is een kleine investering die een hoop frustratie op de flanken van een steile col kan schelen. Laat je dus nooit meer gek maken door een haperend schermpje, je benen vertellen altijd de waarheid.