Op de tweede rustdag is het tijd om de balans op te maken. Ik laat de analyses over de masterplannen van Visma en idiote dopingcontroles in het holst van de nacht graag aan anderen over - oké, het woord idiote geeft iets weg. Ik maak een heel andere balans op: die van de Tour de Carnaval.
Want naast een sportwedstrijd is de Tour het afgelopen decennium steeds meer veranderd in een drieweeks festival op hoogte. De Alpe d'Huez moet nog komen, maar ik eet het asfalt van bocht zeven op als daar straks geen horde dronken Nederlanders van links naar rechts staat te hupsen. Ook aan het inmiddels beruchte Noorse WK-roeien zullen we deze week vermoedelijk niet kunnen ontkomen.
Ieder zijn fuifje natuurlijk, maar daarbij wel direct deze kanttekening: zolang de renners er maar geen last van hebben. Qua irritante meelopers lijkt het dit jaar gelukkig mee te vallen. En waar ze er toch zijn, grijpen de echte wielerfans langs de kant tegenwoordig gelukkig kordaat in. Op de flanken van de Tourmalet zag ik een als banaan verklede man met een renner meerennen; een nietsontziende tackle van een omstander was zijn deel.
Narcisten met een verkleedkist
Andere bijzonder verklede mannen (het zijn altijd mannen) die ik dit jaar al langs de kant van de weg ontwaarde: een dikke man in een minuscuul Borat-stringpak, twee mannen in een opblaassumoworstelpak (uitstekend scrabblewoord), de Kerstman, een man op ski's in een groen fluorescerend pak met een blonde pruik op, en Asterix, Obelix en een Romeinse legionair.
Wat mij betreft staan de wielrenners tijdens de Tour in de spotlights, in plaats van een stel narcisten met een verkleedkist die hopen op hun dertig seconden televisie-roem. Ik heb er dus zo mijn gedachten bij, maar zolang ze de boel niet hinderen doen ze geen vlieg kwaad. Ik wil het voor nu dan ook afdoen door de befaamde woorden van Obelix te parafraseren: 'Rare jongens, die wielercarnavallers.'
De kwalijke opmars van de wieler-pyro
Een andere trend bij dit soort 'wielerfans' – of beter gezegd: mensen die langs de kant staan als er een wielerwedstrijd passeert – is veel kwalijker: de pyro. Tegenwoordig rijden de renners bergop soms door zo'n enorm, verstikkend rookgordijn omhoog dat er ergens aan de andere kant van de oceaan een indianenstam die nog met rooksignalen communiceert moet denken dat er flink wat loos is in Europa.
En dat is er dus ook. Want: zet jezelf – vrij letterlijk – gerust helemaal voor lul in een minuscuul roze stringetje, maar rook alsjeblieft geen wielrenners meer uit omdat het er op televisie zo leuk uitziet.
André van den Ende deelt tijdens de Tour de France zijn grootste ergernissen, over renners, commentatoren, Frankrijk, noem maar op.