Materiaal

Krakende trapas? Grote kans dat dit onschuldige afdekdopje veel te strak is aangedraaid

Je hoort een nare kraak bij iedere pedaalslag en vreest direct voor kapotte trapaslagers. Toch is de dader vaak een onschuldig plastic dopje op je crankarm dat bij de laatste montage simpelweg veel te strak is vastgezet.

André van den Ende
2 minuten
onderhoud fiets
Onderhoud
wielrennen
Fietsen
Een fietser zonder helm draait in zijn werkplaats uiterst behoedzaam het plastic dopje van zijn crankarm vingervast.

Iedere wielrenner herkent de frustratie van een ritmische tik of kraak onderin de fiets. Je brengt je racefiets voor een onderhoudsbeurt naar de fietsenmaker, de aandrijflijn wordt grondig gepoetst en het crankstel wordt weer keurig teruggeplaatst. Je stapt vol goede moed op voor een zonnige rit, maar na een paar kilometer begint de fiets bij elke stevige pedaalslag luidruchtig te protesteren.

Veel fietsers denken op dat moment direct dat hun bottom bracket volledig is versleten en vervangen moet worden. In de realiteit wordt deze peperdure schade echter vaak veroorzaakt door een klein, zwart stervormig dopje op de linker crankarm dat met net te veel spierkracht is vastgezet.

De grote illusie van het afdekdopje

Bij het populaire Shimano Hollowtech-systeem zit er aan de buitenkant van de linker crankarm een klein plastic wieltje. Voor veel sleutelaars, en verrassend genoeg ook voor gehaaste mecaniciens, voelt dit als de hoofdmoer die voorkomt dat je pedaalarm van de as glijdt. Vanuit die klassieke fietstechnische logica is het keihard aandraaien heel begrijpelijk.

Toch heeft de fabrikant dit dopje expres van zacht, kwetsbaar plastic gemaakt en niet van hoogwaardig staal. Dit is een bewuste waarschuwing: dit dopje is absoluut geen dragend onderdeel en heeft geen enkele borgende functie. De crankarm wordt namelijk uitsluitend op zijn plek gehouden door de twee stalen inbusboutjes aan de zijkant van de arm.

De verwoestende zijdelingse druk

De enige echte taak van het plastic sterdopje is het instellen van de zogenaamde voorspanning. Voordat de twee zijbouten worden vastgezet, wordt het dopje lichtjes aangedraaid om de linker en rechter crankarm heel zachtjes naar elkaar toe te trekken.

Hiermee haal je de zijdelingse speling uit je trapas. Zodra een monteur of enthousiaste thuisklusser echter besluit om dit dopje met een sleutel stevig aan te draaien, worden de crankarmen met bruut geweld naar binnen getrokken. De metalen armen persen zich hierdoor meedogenloos hard tegen de buitenkant van je trapaslagers aan.

Hoe de kogellagers langzaam verpulveren

De kogellagers in je bottom bracket zijn ontworpen om gigantische verticale krachten op te vangen wanneer jij vol op de pedalen stampt. Ze zijn echter extreem kwetsbaar voor zijdelingse knijpkracht. Als het plastic dopje te strak is aangedraaid, worden de kleine stalen kogeltjes intern compleet vastgedrukt.

Zodra je met deze foute afstelling de weg op gaat, draaien de lagers niet meer soepel, maar wringen ze zich met enorme weerstand door hun behuizing. Je voelt dat de fiets ineens zwaar en stroperig trapt. Binnen een paar honderd kilometer zijn de kogels en de lagerschalen volledig ingevreten, begint je trapas oorverdovend te kraken en kun je direct een nieuw bottom bracket afrekenen.

De gouden vingervast methode

De montage is gelukkig extreem simpel als de mechanische spelregels worden gerespecteerd. Bij het aandraaien van dit specifieke dopje mag er nooit een hele hand of grof gereedschap worden gebruikt. Je draait het dopje uitsluitend vast met de toppen van twee vingers. Zodra er een lichte weerstand voelbaar is en de crankarm niet meer van links naar rechts kan wiebelen, is de afstelling perfect en moet je onmiddellijk stoppen met draaien.

Pas daarna draai je de twee stalen inbusboutjes aan de zijkant om en om vast met een momentsleutel. Controleer je fiets na een beurt dus altijd even zelf: draait je crankstel stroef, draai dat dopje dan direct een fractie losser.