Tour de France 2026

Tientallen miljoenen winst voor de ASO, ploegen krijgen nog geen 5 procent: het Tour-model ontleed

Terwijl organisator ASO jaarlijks tientallen miljoenen overhoudt aan de Tour de France, blijft het prijzengeld voor de renners op een schamele 5 procent steken. Een blik in de goedgevulde schatkist van de Franse wielermachine.

André van den Ende
2 minuten
wielrennen
ASO
Geld
Tourdirecteur Christian Prudhomme overziet het Tour-parcours met een zelfverzekerde glimlach.

De grootste wielerkoers ter wereld is een absoluut spektakel van topsport en heroïek. Maar achter de romantiek van de gele trui schuilt een ongekend succesvolle Franse multinational. Waar in veel andere mondiale sporten de inkomsten voor een groot deel direct terugvloeien naar de competities en deelnemers, hanteert men in de wielersport een heel ander model. De organisatie incasseert de winst, terwijl de renners het in de koers zelf moeten doen met een piepklein percentage van de opbrengst.

De onuitputtelijke inkomstenbronnen van de Franse organisatie

De Amaury Sport Organisation heeft de touwtjes stevig in handen. Het bedrijf verdient grof geld aan de verkoop van peperdure televisierechten, wat wereldwijd veruit de grootste melkkoe is.

Daarnaast betalen steden en dorpen de hoofdprijs om de karavaan een dag te mogen ontvangen. Voeg daar de lucratieve sponsorcontracten en de verkoop van VIP-arrangementen aan toe, en je begrijpt waarom de ASO winst in de Tour de France jaarlijks in de tientallen miljoenen loopt. Ze hebben een risicomijdend model gebouwd met een gegarandeerd toprendement.

De harde rekensom achter het magere prijzengeld

Tegenover die gigantische inkomstenstroom staat de daadwerkelijke prijzenpot voor het peloton. Voor de hele ronde ligt er in totaal zo'n 2,3 miljoen euro klaar.

De rekensom is even simpel als pijnlijk: zet je die 2,3 miljoen euro aan totale te verdelen prijzen af tegen een uiterst voorzichtige geschatte nettowinst van 50 miljoen euro voor de ASO, dan kom je uit op exact 4,6 procent. Zelfs als je de uiterste bovengrens van 2,5 miljoen euro aan prijzengeld neemt, tikt het aandeel voor alle renners samen de 5 procent maar net aan.

Ritwinnaars en kopmannen strijden om wisselgeld

Binnen dat toch al magere percentage zijn de verschillen ook nog eens enorm. De eindwinnaar van de gele trui mag een half miljoen euro bijschrijven, een bedrag dat hij bovendien traditioneel deelt met zijn ploegmakkers en stafleden. Een etappezege levert de dagwinnaar slechts elfduizend euro op.

Kleine ploegen die drie weken lang de aanval kiezen, gaan soms met slechts een paar duizend euro naar huis. Dat dekt nog niet eens de brandstofkosten van de bus.

Suikerooms betalen de rekeningen in het peloton

Natuurlijk hoeven we geen traan te laten om de begrotingen van topteams zoals UAE Emirates of Red Bull-BORA-hansgrohe. Deze topploegen werken met gigantische budgetten en kunnen hun kopmannen riant betalen.

Dat geld komt echter rechtstreeks vanuit externe geldschieters, staten of miljardairs, en niet vanuit het ecosysteem van de sport zelf. De ploegen leveren de atleten en verzorgen de amusementswaarde tijdens de Franse zomer, maar financieel draaien ze puur op sponsorgeld terwijl de ASO de daadwerkelijke winst uit het evenement afroomt.

Huidige verhoudingen blijven voorlopig intact

Het is een fascinerende zakelijke dynamiek die al decennia standhoudt. Zolang de grote teams dit model accepteren en nieuwe of rijke sponsoren de salarissen blijven betalen, heeft het mediabedrijf in Parijs geen enkele reden om hun eigen portemonnee verder te trekken. De organisatie deelt simpelweg de kaarten uit en bepaalt de spelregels. Voorlopig blijft de Franse zomermaand daardoor de meest rendabele periode voor de aandeelhouders van de ASO, en een puur sportieve strijd voor het peloton.