Zelf in het zadel

Klimtips: met deze specifieke traptechniek overleef je hellingen boven de tien procent

Zodra de hellingsgraad de dubbele cijfers aantikt, vallen veel wielrenners stil op het dode punt. Door de traptechniek van de profs in de Tour de France te kopiëren en je hamstrings in te schakelen, overleef je elke steile muur.

André van den Ende
2 minuten
Een wielrenner met een helm op vecht zittend op zijn zadel tegen de brute zwaarte van een extreem steile beklimming in de bergen.

Zodra de bergen echt hun tanden laten zien en de weg boven de tien procent stijgt, verandert de dynamiek van het wielrennen compleet. Waar je op lopers van zes procent nog kunt profiteren van de snelheid en het vliegwieleffect, trekt de zwaartekracht je op een steile muur bij elke pedaalslag letterlijk tot stilstand.

Precies op het moment dat je trappers verticaal staan, ontstaat er een biomechanische hapering. Dit beruchte dode punt kost veel wielertoeristen de kop, maar is met een geavanceerde traptechniek perfect te elimineren.

De beperking van pure quadriceps-kracht

De natuurlijke reflex van vrijwel elke fietser is om simpelweg harder op de pedalen te stampen als het extreem steil wordt. Je gebruikt hierbij uitsluitend de quadriceps aan de voorkant van je bovenbenen.

Bij een lage trapfrequentie op een zware col raken deze spieren door de constante, eenzijdige piekbelasting razendsnel uitgeput. Je levert bovendien alleen kracht in de neerwaartse beweging, waardoor je fiets op het dode punt telkens een fractie van een seconde snelheid verliest.

Alsof je modder van je wielerschoenen schraapt

De sleutel tot een constante snelheid op extreme stijgingspercentages ligt aan de achterkant van je benen. Profs gebruiken hun hamstrings en kuitspieren om de pedaalslag helemaal rond te maken.

Zodra je voet het laagste punt van de rotatie bereikt, moet je een bewuste beweging maken alsof je modder van de zool van je schoen schraapt. Je trekt je hak iets omhoog en veegt je voet horizontaal naar achteren. Dit levert direct extra aandrijving op precies op het moment dat je andere been nog geen kracht kan leveren.

Knieën actief richting het stuur trekken

De techniek gaat verder zodra je voet aan de opwaartse beweging begint. In plaats van je been passief omhoog te laten duwen door de trapper aan de andere kant, trek je jouw knie actief en krachtig richting het stuur.

Door je heupbuigers aan het werk te zetten, ontlast je het been dat op dat moment naar beneden stampt aanzienlijk. Je creëert hiermee een naadloze krachtoverbrenging van driehonderdzestig graden, waardoor het dode punt biomechanisch volledig verdwijnt.

Techniek inslijpen op lokale viaducten

Deze geavanceerde traptechniek voelt in het begin onnatuurlijk aan en kost flink wat mentale concentratie. Je hersenen zijn immers geprogrammeerd om uitsluitend te duwen. Test deze rotatie daarom eerst uit tijdens je korte ritten.

Zoek een lokaal viaduct of een korte helling op, schakel naar een bewust te zwaar verzet en focus je uitsluitend op het trekken en schrapen van de pedalen in plaats van het duwen. Zodra deze motorische vaardigheid is ingesleten, ben je fysiologisch helemaal klaar voor de zwaarste muren in het hooggebergte.