Elk voorjaar is het weer raak in de buitengebieden van ons land. Gemeentes klagen over kapotgevroren landweggetjes en de onderhoudsbudgetten zijn structureel ontoereikend.
Terwijl in het bos de mountainbikeroutes tot in de perfectie worden gebouwd en onderhouden, moet de gravelaar het doen met de spaarzame zandpaden die er toevallig nog liggen. Grote machines lappen de gaten op met koud asfalt, waarna je als fietser na twee weken weer door dezelfde kraters stuitert. Toch ligt juist in dat kapotte asfalt een enorme en volstrekt onbenutte kans voor een briljant fietsproject.
Omdenken met de frees in de aanslag
In plaats van krampachtig vast te houden aan dat lapwerk, moeten we de blik verruimen. Trek een grote frees over die dramatische wegen en verander de ondergrond in een strakke, onverharde strook.
Een goed aangelegde gravelweg is op de lange termijn vaak goedkoper in onderhoud dan een dunne laag asfalt die zwaar landbouwverkeer moet verstouwen. Wat voor de gemeente een noodzakelijke besparing op de begroting is, vormt voor de moderne fietser een absolute droom die uitkomt.
Toeristische goudmijn voor de provincie
Kijk naar de enorme impact van het fietspark rond de VAM-berg in Drenthe. Een voormalige vuilnisbelt is daar succesvol getransformeerd tot een trekpleister waar renners uit het hele land op afkomen.
Datzelfde principe kun je toepassen met een gedurfd netwerk aan onverharde paden. Een krimpregio met een overschot aan slechte wegen kan zichzelf in één klap op de kaart zetten als hét gravelwalhalla van Europa (ik denk hierbij aan jou, mijn geliefde Oost-Groningen; het Kansas van Nederland). Horecaondernemers floreren en de lokale economie krijgt een flinke impuls door dit sportieve toerisme.
Een realistisch fietspark aanleggen
Jaren geleden opperde Thijs Zonneveld in een wilde bui dat we in Nederland een enorme berg moesten bouwen. Dat idee, beter bekend als ‘Die Berg Komt Er’, bleek uiteindelijk een financiële en logistieke utopie, maar de onderliggende ambitie was prachtig.
Voor dit gravelplan hebben we echter geen miljarden euro's en dertig jaar zandspuiten nodig. Het enige wat je vereist, is een vooruitstrevende wethouder met een beetje lef en een paar vrachtwagens met fijn grind.
Tijd voor een lokaal offensief
Natuurlijk stuit zo'n plan in de praktijk op weerstand. Bewoners van het buitengebied willen schone auto's en de lokale boer wil soepel naar zijn akker rijden. In grote fietslanden functioneert het platteland echter al decennia prima op onverharde wegen.
Het wachten is simpelweg op de eerste gemeente die deze stap durft te zetten. Stuur de volgende keer dus geen klacht naar de gemeente over gaten in de weg, maar dien een plan in om de boel open te breken. Voor je het weet rijd jij wekelijks over je eigen iconische gravelstrook.