Wij wielrenners maken van alles mee onderweg: van verrassende bezienswaardigheden tot hachelijke verkeerssituaties en bijzondere ontmoetingen. In de rubriek Asfalt-safari nemen we je mee in de avonturen van onze redactieleden, met deze week een pijnlijk inzicht in waarom de kritiek op ons soort soms pijnlijk terecht is.
Een onsmakelijke ontmoeting met het wielerstereotype
Het was na het eten, tijdens een wandeling met mijn 15-jarige, bijna blinde en dove hond. Ik liep op het voetpad, hij naderde van achteren op het fietspad. Ik hoorde het direct, dat onmiskenbare geluid van een naderende racefiets. Nieuwsgierig als je bent naar soortgenoten, draaide ik me om. Precies op dat moment besloot de man zijn neus te snuiten. Eén vinger op een neusgat, en een groen-gele fluim landde op het pad, amper een halve meter naast mijn trouwe viervoetertje.
De man van middelbare leeftijd was een karikatuur. Gehuld in een strak pak, op een peperdure Italiaanse fiets, met een modern brilletje en een nog modernere helm. Een vriendelijke groet kon er niet vanaf. Hij was de vleesgeworden versie van de wielrenner waar de niet-fietser een hekel aan heeft.
De pijnlijke bevestiging van wangedrag
Alsof die snotraket nog niet genoeg was, volgde even verderop het bewijs van zijn asociale houding. Een klein jochie fietste voor hem, en in plaats van rustig te passeren, maakte hij er een show van. Met een overdreven grote boog stuurde hij eromheen, terwijl hij de jongen indringend en onnodig lang aanstaarde. Ik voelde een onmiddellijke afkeer. Dit was hem dus. De reden voor het geklaag over wielrenners. En ik moest toegeven dat die klagers gelijk hadden.
Zelfs goed gedrag van wielrenners is nutteloos
De moed zonk me in de schoenen. Ik, die acht van de tien keer alleen fietst, netjes een bel op mijn stuur heb en die ook gebruik. Ik, die mijn hand uitsteek, wacht tot het veilig is om in te halen en zelfs mijn neus alleen snuit als ik zeker weet dat de kust volledig, maar dan ook echt volledig veilig is. Al die aangeleerde manieren om een nette wielrenner te zijn, voelen volkomen nutteloos als één zo'n dwaas het stereotype in stand houdt.
Het negatieve imago van wielrenners blijft hangen
Uiteindelijk is dat de kern van het probleem. Deze ene man zorgt er indirect voor dat ik op mijn fiets word afgesneden door gefrustreerde automobilisten en dat tienermeisjes me naroepen. Het negatieve blijft hangen, het positieve wordt niet gezien. Zijn gedrag maakte pijnlijk duidelijk dat de oorzaak van de wijdverbreide wielerhaat niet alleen bij de buitenwereld ligt. Het ligt ook, en misschien wel vooral, aan onszelf.