Mathieu van der Poel was op de laatste keer Montmartre samen weg met Tadej Pogacar, die de aanval van de Nederlander net kon volgen. Nadien was er echter nog meer dan tien kilometer naar de streep. Ze reden vooraan kop over kop, maar in de slotkilometer leken de sprinters nog terug te keren. Van der Poel kraakte Pogacar in de slotkilometer toch nog en bleef ploegmaat Jasper Philipsen nipt voor.
Van der Poel: 'Hoofd naar beneden in de laatste 500 meter'
"Dit betekent veel voor me", vertelde Van der Poel na afloop. Nog steeds te hijgen van de even ervoor geleverde inspanning. "Hier dacht ik een jaar geleden al over na, nadat ik ziek was uitgestapt. Ik keek naar de televisie. Maar hoe het dan vandaag eindigt, dat is gewoon een droom", aldus Van der Poel in het flashinterview.
Vervolgens had hij mooie woorden over voor Pogacar. "Om daar vooraan te rijden met de beste renner ter wereld... Alle respect voor hem hoe hier koerst. Ik dacht dat we teruggepakt zouden worden, maar in de laatste vijfhonderd meter was het hoofd naar beneden. Ik wachtte en wachtte tot er een wiel voorbijkwam."
Van der Poel dacht dat hij het niet zou halen
Die kwam pas over de meet. "Aan het eind zag ik een Pirelli-wiel naast en die was van Jasper. Ons begin was misschien niet goed, maar wij geven nooit op. Eerste en tweede in Parijs, dat is gewoon geweldig."
Dit was er eentje waar Van der Poel dus lang op had geloerd. "Als ik er per se nog eentje wilde winnen in mijn loopbaan, dan was dit er zeker eentje van." En daarvoor moest hij heel diepgaan. "In het Nederlandse zeggen we dat het uit je tenen moet komen. Ik weet niet waar dit vandaan kwam, maar in elk geval niet uit mijn tenen, haha."