Leon Janssen
Columns

Column | Waar opa van verliezen een heldendaad maakte, verheft Mathieu van der Poel winnen tot magie

De krankzinnige en glorieuze zege van Mathieu van der Poel in Parijs is het zoveelste stukje pure magie dat de Nederlander ons cadeau doet.

Leon Janssen
2 minuten
Column Leon Janssen
Mathieu van der Poel Mathieu van der Poel

Wielerfans zijn masochisten. Rare wezens die genieten van het kijken naar andermans pijn. En dan nog het allermeest van pijnlijdende kampioenen die uiteindelijk buigen. De lijdende mens in optima forma. We zien ze kapotgaan, om ze vervolgens te bewieroken en om te dopen tot helden.

'PouPou verhief verliezen tot een heldendaad'

We deden het met Tadej Pogacar toen hij de woorden "I'm gone, I'm dead" uitsprak. We deden het met Jan Ullrich toen hij wéér het onderspit dolf tegen Lance Armstrong. We deden het met Steven Kruijswijk toen hij de sneeuwmuur inreed. We deden het met Simon Yates toen hij een halfuur verloor op de Finestre. En we deden het natuurlijk met onze eigen 'Eeuwige Tweede' Joop Zoetemelk. In geen enkele sport wordt het verliezen zó geromantiseerd als in het wielrennen.

Maar er is in de wielergeschiedenis natuurlijk maar één échte 'Eeuwige Tweede', en dat is Raymond Poulidor, de opa van Mathieu van der Poel. PouPou verhief verliezen tot een heldendaad. Hij stond acht keer op het eindpodium van de Tour de France, maar was nooit eindwinnaar en droeg nooit de gele trui. Toch bleef hij vechten, en verliezen. En juist dat maakt hem tot op de dag van vandaag de populairste Franse wielrenner aller tijden.

'Mathieu van der Poel kan alleen maar mooi winnen'

Zijn kleinzoon is exact het tegenovergestelde. Mathieu van der Poel is de ultieme winnaar. Waar Poulidor van verliezen kunst maakte, verheft Van der Poel winnen tot magie. Hij kan alleen, maar dan ook écht alléén maar op een mooie manier winnen. Hij zuigt je keer op keer in een tunnel van hoop, sensatie, stress en uiteindelijk pure euforie.

Mathieu van er Poel wijst naar de hemel bij winst in Tour.
Mathieu van der Poel wijst bij zijn zege op Mûr-de-Bretagne naar boven, naar opa

Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de zege in de Amstel Gold Race van 2019. De wederopstanding vanuit geslagen positie en die monsterlijke sprint naar de streep. Maar denk ook aan de mooiste Strade Bianche ooit, waar hij talloze verschroeiende versnellingen in de benen had en op de steile Via Santa Caterina zijn meest indrukwekkende knal ooit eruit perste.

En natuurlijk de manier waarop hij wereldkampioen werd in Glasgow: door als een beest tekeer te gaan op het stratencircuit. Hij schudde Pogacar, Van Aert en Pedersen van zich af, kwam ten val, stond weer op, en veroverde de regenboogtrui. Of natuurlijk die keer op de Mûr-de-Bretagne, het ultieme eerbetoon aan zijn opa om de gele trui wél te veroveren, met alle tranen die daarbij hoorden.

Het contrast én de gelijkenis met opa

Maar wat hij zondag in Parijs liet zien, is wéér een overtreffende trap. Met Pogacar samen over de Montmartre knallen en de jagende sprinters op de streep nog net afhouden... Dit is winnen zoals dat alleen voorkomt in een jongensboek - of een Hollywoodfilm. Maar hij doet het gewoon op de Champs-Élysées. Voor het eggie.

Poulidor werd geliefd door de manier waarop hij verloor, terwijl Mathieu van der Poel geliefd wordt door de manier waarop hij wint. Het contrast kan haast niet groter, terwijl de einduitkomst exact hetzelfde is: waar PouPou destijds de populairste wielrenner ter wereld was, is Mathieu van der Poel dat nu. De cirkel is rond.