De Tour de France 2026 zit er weer op. We hebben genoten van geweldige ontsnappingen, snoeiharde demarrages en de verwachte strijd om het geel. Maar als je wekenlang voor de buis zit, valt het ook op wie er niet thuis geven. Wie waren de renners die we echt met een vergrootglas moesten zoeken?
Sergio Higuita
De oud-winnaar van onder meer de Ronde van Catalonië lijkt besmet met het befaamde 'Colombia-syndroom'. Net als Sergio Henao, Carlos Betancur en Nairo Quintana kwam de nu 28-jarige renner ooit als een kanon het peloton binnen, om daarna ieder jaar te verminderen. Higuita begon deze Tour nog aardig met top twintig noteringen in Barcelona en Les Angles, maar daarna zagen we hem alleen nog in beeld als de camera een lossende coureur registreerde. Hij reed geen enkele keer in de aanval en werd geruisloos 38e in het eindklassement.
Romain Grégoire
Ook Romain Grégoire begon nog best voortvarend aan zijn Franse avontuur. De jonge renner werd zevende op de Montjuic, maar kwam daarna nergens meer in de buurt van een ereplaats. Hij was werkelijk geen schim van de smaakmaker die in het voorjaar nog imponeerde in de heuvelklassiekers. Grégoire zat nog wel drie keer mee in een vroege ontsnapping, maar speelde daar geen rol van betekenis. Alweer een Franse kampioen die teleurstelt in de Tour.
Frank van den Broek
Helaas ontkomt de Nederlandse inbreng niet aan deze lijst, want ook Frank van den Broek liet zich nauwelijks zien. In tegenstelling tot zijn vorige twee deelnames was hij deze keer vooral onzichtbaar in de buik van het peloton. In rit twee en rit vier zat hij nog dapper in de vroege vlucht, met een zestiende plek in Foix, maar verder ontbrak ieder spoor. Het is een schril contrast met zijn eerdere Tours, wat in lijn ligt met het dramatische jaar van Team Picnic PostNL.
Antonio Tiberi
Een vijftiende plek op de flanken van Plateau de Solaison klinkt aardig, maar voor een man als Antonio Tiberi is dat zwaar ondermaats. De Italiaanse dierenvriend werd al eens vijfde in de Giro en startte deze Tour als een serieuze kandidaat voor het klassement. Dat sprookje viel al snel in duigen, waarna hij zijn heil in de aanval moest zoeken. Hij trok nog ten strijde op weg naar Le Markstein en de Alpe d'Huez, maar kon ook vanuit de vlucht geen potten breken. Een teleurstellende debuut.
Julian Alaphilippe
Dat hij de wonderbenen uit zijn jaren als tweevoudig wereldkampioen kwijt is, wisten we al een tijdje. Dat het momenteel zo bar slecht gesteld is met Julian Alaphilippe, is echter wel een bittere pil. De Fransman eindigde als 125e, veruit zijn slechtste prestatie in acht deelnames. Vaak zagen we hem als een van de allereerste renners lossen, zelfs in etappes waar hij vroeger favoriet was. Een piepkleine opleving in de koninginnenrit, waar hij 29e werd, redde zijn Tour niet: het was zeer teleurstellend.
Simone Velasco
Vorig jaar werd hij nog knap vierde in Luik-Bastenaken-Luik, maar in Frankrijk hebben we oud-Italiaans kampioen Simone Velasco totaal niet gezien. In zijn vorige twee deelnames liet hij zich nog weleens vooraan zien, maar nu fietste hij achter de feiten aan. Op een 21e plek in Parijs na, prijken er vooral uitslagen ergens in de krochten van de uitslagenlijst op zijn eindrapport. De Italiaan sloot zijn povere ronde af met een 100e plek in het klassement. Een mooi rond getal voor een volkomen kleurloze wedstrijd.
Ben O'Connor
Het is dat zijn naam af en toe opdook in een ontsnapping, anders waren we haast vergeten dat Ben O'Connor meedeed. Waar hij in het verleden nog zware bergetappes op zijn naam schreef, was hij deze juli-maand voornamelijk pelotonvulling. De matige lijn uit de Giro zette zich rimpelloos voort, wat hem uiteindelijk een povere 28e plaats in de eindrangschikking opleverde. Een negentiende plek in de rit naar Belfort was zijn absolute hoogtepunt, wat alles zegt over zijn bleke optreden.