Reacties & Analyse

Gesink over beginjaren, toen doping gemeengoed was: 'Entourage hield me op rechte pad, want soms dacht ik dat ik moest meedoen'

Robert Gesink werd prof in 2007. In een tijd dat de wielerwereld werd doordrenkt door dopinggevallen. De oud-prof is zijn entourage eeuwig dankbaar dat ze hem op het rechte pad konden houden.

Tim Beck
1 minuut
Robert Gesink
Michael Boogerd
Robert Gesink werd prof in 2007. In een tijd dat de wielerwereld werd doordrenkt door dopinggevallen. De oud-prof is zijn entourage eeuwig dankbaar dat ze hem op het rechte pad konden houden.

Toen Robert Gesink in 2007 bij de proftak van Rabobank tekende, werd hij teamgenoot van onder anderen Michael Boogerd, Michael Rasmussen, Thomas Dekker, Denis Menchov en Oscar Freire. Het was een totaal andere tijd in het peloton. In die tijd was zelfs het bloedpaspoort nog niet ingevoerd. Dat gebeurde pas in 2008.

Gesink: 'Toen ik prof werd, was doping gemeengoed'

Daarmee werden de ergste dopingexcessen uit de sport gehaald, maar het betekende uiteraard niet dat het dopinggebruik meteen weg was. Het was dus een moeilijke wereld om in te rollen voor Gesink, zo vertelt hij in Bahamontes. "Toen ik in het profpeloton kwam, was doping gemeengoed", begint hij zijn verhaal.

2007 werd een zwart jaar voor de Rabobank-ploeg. "Ik zat al bij de ploeg, maar niet in de Tourselectie, toen ze in 2007 Rasmussen uit de Tour haalden. Dat waren niet de mooiste jaren. Er was veel wantrouwen, afgunst en onzekerheid. Als iemand goed presteerde, dachten de anderen meteen: ‘Die heeft iets nieuws.’"

Veel renners maakten vanuit die argwaan de verkeerde keuzes, aldus Gesink. "In plaats van harder te trainen, pakten ze ook. Als jonge renner heb ik ook af en toe gedacht: ‘Als ik zo goed wil worden, ga ik moeten meedoen.’ Gelukkig heeft mijn entourage me op het rechte pad gehouden."

Gesink zag sport cleaner worden

Gesink beseft dat hij daar geluk mee heeft gehad, omdat hij weet dat het voor andere jonge renners anders afliep. Hij verwijst daarbij naar het eerste trainingskamp, toen hij op de kamer lag met jeugdheld Michael Boogerd. "Voor hetzelfde geld had Boogerd me tijdens dat eerste trainingskamp onder zijn vleugels genomen en had ik duchtig met hem meegedaan, want uiteindelijk wilde ik heel graag zo goed worden zoals hij."

In de jaren die volgden, zag Gesink de sport ten goede veranderen. Hij sloot dan ook met een positief gevoel af. Al is Gesink ook niet naïef. "De wielersport is veel cleaner nu, maar je zal natuurlijk altijd valsspelers hebben."