Sigrid Haugset ging op bijna negentig kilometer van de meet aan na een lastige openingsfase. Ze kreeg niemand mee. Eerst reed er een grote achter de Noors aan, maar daar boterde het niet. Dus koos Lotte Kopecky ervoor om het alleen te proberen. Dat leek tot een goed eind te raken, want de Belgische knabbelde flink van de voorsprong af. Tot ze op tien seconden was en haar lichaam niet meer kon.
Kopecky genekt door kramp
Na afloop vertelde Kopecky voor de camera's van de Sporza dat ze teleurgesteld was met haar tweede plaats. "Ik kom er net niet bij. Ik had het idee dat ik goed aan het indelen was. Ik zag haar voor me rijden en dacht dat ik erbij zou raken. Tot ik kramp kreeg en ik niet meer kon duwen."
En dus zag Kopecky haar achterstand weer oplopen tegen Haugset, die het ook duidelijk niet al te breed meer had. Aan de meet was haar achterstand weer 1.24 minuten. "Er zat niets anders op dat tempo te minderen. Het was sterven voor beiden, maar het was niet dat ik compleet leeg was. Door de hitte kreeg ik kramp."
Kopecky snapt weinig van collega's
Kopecky ging op een kleine 75 kilometer solo achter Haugset aan. "We waren daarvoor met twaalf rensters weg. Dat was een mooie groep. Ik snap gewoon niet waarom we niet ronddraaien... Het peloton valt dan gewoon stil. Ik had goede benen en als het verschil oploopt naar drie minuten weet je dat het niet meer lukt. Ik dacht: ik ga en had vervolgens gehoopt dat er rensters mee zouden aanvallen."
Dat gebeurde echter niet. "Het bleef dan lang rond de 1.20 minuten hangen, maar vervolgens kwam ik dichter en dichter. Tot de benen volschoten met kramp. Anderen denken dat dat misschien is doordat ik niet in vorm ben, maar dat is niet het geval. Het was gewoon een strijd met jezelf en de omstandigheden. De hitte maakt het er niet makkelijker op."