Wie tegenwoordig naar een wielerkoers kijkt, ziet een peloton dat onophoudelijk aan het eten is. De moderne coureur werkt per uur gigantische hoeveelheden koolhydraten naar binnen via gelletjes, repen en bidons. Het is een fascinerende eetcultuur die haaks staat op de harde realiteit van nog niet zo heel lang geleden.
Voorheen draaide wielrennen namelijk maar om één ding: een zo laag mogelijk lichaamsgewicht, ongeacht de onmenselijke offers die daarvoor nodig waren. Minder kilo's betekende sneller klimmen, en dat doel heiligde werkelijk alle middelen. Nuchter trainen, constant honger. Je training beëindigen met een hongerklop was iets om trots op te zijn.
Slopende strijd en slokjes eiwitshake
Oud-renner George Hincapie was een van de coureurs die de grenzen van zijn eigen lichaam constant opzocht. In de meedogenloze jacht op de ideale verhouding tussen wattage en gewicht ging hij extreem ver. In zijn biografie beschrijft de Amerikaan hoe hij structureel lunches oversloeg en overdag alleen nog maar een eiwitshake nam. Het was een zware, slopende strijd om een absurd laag vetpercentage van vier procent te bereiken.
De vaste meesterknecht van het peloton ging structureel met een knorrende maag naar bed. Om zijn brein en lichaam voor de gek te houden, gunde hij zichzelf vlak voor het slapengaan slechts een minimaal slokje van een eiwitshake. Hij stond zichzelf nooit toe om de beker daadwerkelijk leeg te drinken, simpelweg uit paniek voor de extra calorieën.
Escape Collective belicht een donker tijdperk
Deze destructieve hang naar mager zijn zat decennialang diep in het DNA van de wielersport verankerd. Het toonaangevende wielerplatform Escape Collective publiceerde onlangs een uitgebreid stuk over dit fenomeen, mede gebaseerd op het onderzoek van socioloog James J. Brittain.
Brittain bracht over een periode van tien jaar de eetcultuur in het mannenpeloton in kaart en sprak met talloze betrokkenen. De pijnlijke conclusie op Escape Collective is helder: de sport had een zwaar problematische relatie met gewicht. De ongezonde, graatmagere lichamen van succesvolle ronderenners als Bradley Wiggins en Michael Rasmussen vormden destijds simpelweg het absolute ideaalbeeld.
Zelfs bij de amateurs sijpelde deze giftige cultuur genadeloos door. De cynische opmerking dat eten gelijkstaat aan valsspelen, was jarenlang een veelgehoorde grap tijdens talloze zondagochtendritjes. Het toont aan hoe diep het normaliseren van uithongering in de wielerwereld destijds geworteld zat.
De wetenschap wint van de lege maag
Gelukkig is het hedendaagse wielrennen een compleet andere, veel gezondere weg ingeslagen. Waar coureurs vroeger dachten dat elke extra calorie direct tot tijdverlies leidde, bewijst de huidige sportwetenschap inmiddels precies het tegenovergestelde. Het continu stapelen van koolhydraten is tegenwoordig de ultieme sleutel tot presteren.
Die omslag roept een wrange, maar boeiende vraag op. Als de voedingswetenschap destijds net zo ver was geweest, hadden Hincapie en zijn generatiegenoten de bergetappes dan verreden mét brandstof (en dan bedoelen we dus voeding in plaats van doping...) in plaats van met constante honger? Het moderne peloton laat in elk geval duidelijk zien dat loeihard fietsen en meer dan voldoende eten uitstekend samen kunnen gaan.