Zelf in het zadel

Hoe kan dat nou? Je fietst fluitend 100 kilometer, maar staat als fitte wielrenner hijgend bovenaan de trap

Je hartslag in rust is jaloersmakend laag en een rit van honderd kilometer fiets je lachend uit. Toch sta je na twee trappen op kantoor te hijgen als een postpaard. De wetenschap verklaart hoe deze pijnlijke tegenstrijdigheid ontstaat.

André van den Ende
2 minuten
wielrennen
Fietsen
Mannelijke fitte fietser zonder helm staat vermoeid en hijgend bovenaan een kantoortrap

Je voelt je wekelijks de koning te rijk als je al je fietsvrienden uit het wiel kletst tijdens de zondagochtendrit. De benen voelen goed, je wielerconditie is uitstekend en heuvelop draai je soepel een groot verzet rond.

Maar dan is het maandagochtend. Je stapt het kantoor binnen, de lift is buiten gebruik en je moet drie verdiepingen met de trap omhoog. Eenmaal bovenaan sta je naar adem te happen en voelen je bovenbenen alsof ze in brand staan. Jouw ijzersterke conditie laat je hier verrassend genoeg volledig in de steek.

Demarreren vanuit absolute stilstand

Op de racefiets begin je zelden direct met een maximale sprint. Je fietst rustig de straat uit, klikt in, maakt een praatje en brengt je lichaamstemperatuur langzaam omhoog. Pas na een gedegen warming-up gaat de gaskraan echt open en begint de zware inspanning.

Bij traplopen werkt dat compleet anders. Je zit eerst een half uur in de auto of trein, stapt uit en begint direct aan de klim op kantoor. Zoals wetenschapsmagazine Quest onlangs handig uitzocht, is traplopen letterlijk een explosieve beweging vanuit rust.

Wetenschappers van de Nnamdi Azikiwe University in Nigeria stellen dat je hart en longen nul procent de tijd krijgen om zich voor te bereiden op de plotselinge vraag naar zuurstof vanuit je grootste spiergroepen. Het resultaat is een fikse zuurstofschuld die zich direct vertaalt in zwaar hijgen.

Vechten tegen de zwaartekracht

Tijdens een snelle rit op het vlakke ben je voornamelijk bezig met het overwinnen van luchtweerstand en rolweerstand. Je zit mooi aerodynamisch weggedoken en je fiets draagt het overgrote deel van je lichaamsgewicht. Zodra je een trap bestormt, verandert de natuurkunde direct.

Bij elke individuele trede moet je jouw volledige lichaamsgewicht recht omhoog tillen. Het is een compleet andere motoriek dan de vloeiende, ronde tred die je wielerconditie zo efficiënt maakt. De spiercontracties zijn korter en krachtiger, wat je benen totaal niet gewend zijn van die lange duurritjes in het weekend.

Een kwestie van specifieke spiervezels

Als fanatieke fietser train je vooral de zogenaamde 'slow twitch' spiervezels. Deze vezels zijn perfect voor langdurige inspanningen op een relatief constante intensiteit. Traplopen vereist daarentegen het snelle, explosieve werk waar je juist de 'fast twitch' vezels voor inzet.

Omdat je die specifieke spiervezels op de fiets veel minder aanspreekt, zijn ze niet getraind voor de plotselinge belasting van een steile kantoortrap. Je lichaam schrikt simpelweg van de onverwachte explosieve actie. Hierdoor schiet je ademhaling direct omhoog om het ontstane zuurstoftekort zo snel mogelijk te compenseren.

Sprintend naar de bovenste verdieping

Gelukkig biedt de wetenschap ook een direct toepasbare oplossing voor dit hardnekkige probleem. Je hoeft je fietstraining echt niet om te gooien naar wekelijkse traploopsessies. Onderzoek wijst namelijk uit dat snel naar boven lopen efficiënter is dan trede voor trede langzaam omhoog sjokken.

Als je er een korte sprint van maakt, staan je beenspieren simpelweg veel korter onder spanning. Hierdoor verbruik je onderaan de streep minder energie. Het voelt misschien even ongemakkelijk voor de longen als je bovenkomt, maar je voorkomt in ieder geval die totaal verzurende bovenbenen. De volgende keer behandel je die treden dus gewoon als een massasprint.