Het is een vertrouwde valkuil voor de fanatieke fietser. Jarenlang trap je vrolijk dezelfde rondjes en je probeert de schema's van de jonge lichting te kopiëren.
Maar naarmate de kaarsjes op de verjaardagstaart toenemen, begint de motor toch wat te haperen. Veel renners denken dat dit simpelweg het onvermijdelijke verval is en gaan voor de zekerheid voorzichtiger trainen. Dat is een flinke inschattingsfout, want je bent absoluut niet breekbaar geworden.
Fysiologie van de verouderende fietser
Wanneer je ouder wordt, verandert er fundamenteel iets in je spieren. De cellulaire paden die zorgen voor aanpassing en herstel worden simpelweg wat trager. Dit fenomeen staat in de medische wereld bekend als 'anabole resistentie'.
Volgens dit wetenschappelijk onderzoek naar spierveroudering reageren je spieren na je vijftigste minder sterk op zowel training als eiwitinname. Dat betekent dat de prikkel die je tijdens het fietsen toedient, veel bewuster en vaak een stuk sterker moet zijn om nog exact dezelfde fysieke reactie uit te lokken als vroeger.
Afscheid nemen van de profmethode
De klassieke verdeling waarbij je tachtig procent rustig fietst en twintig procent intensief, werkt fantastisch voor gasten in de bloei van hun leven. Voor profs. Zij maken immers wekelijks dertig trainingsuren.
Voor de gemiddelde wielrenner met een baan en een gezin ligt dat volume aanzienlijk lager. Als jij met jouw beperkte uren vasthoudt aan dat kleine beetje intensiteit, levert dat domweg te weinig hoogwaardige stress op voor je lijf. Je laat dan letterlijk progressie liggen op het asfalt. Je hebt in verhouding juist een veel groter aandeel aan hard werken nodig om jezelf te blijven prikkelen.
Meer afzien vergt ook meer herstel
Dat klinkt misschien tegenstrijdig voor wie denkt dat ouderdom met gebreken komt. Toch is extra intensiteit echt de enige sleutel tot succes. Om de verzwakte signalen in de spieren te doorbreken, moet je het systeem dwingen om te reageren. Uit dit onderzoek naar intervaltraining bij oudere atleten blijkt dat juist die korte en explosieve inspanningen cruciaal zijn voor het behoud van spiermassa.
Daar zit direct de belangrijkste kanttekening bij. Omdat je harder moet trainen om hetzelfde effect te bereiken, heeft je lichaam daarna ook aanzienlijk meer tijd nodig om te herstellen. Jouw herstelcapaciteit is vanaf nu je grootste beperking. Je rustige ritten moeten in het weekend dus ook echt tergend langzaam zijn.
Schud het trage systeem wakker
Als jouw ritten al jarenlang uit exact dezelfde intervallen en trapfrequentie bestaan, is het tijd voor keiharde actie. Variatie is op deze leeftijd geen voorkeur meer, maar een medische noodzaak. Een ouder wordende spier heeft een flink hogere activatiedrempel. Voeg nieuwe intervalvormen toe, speel wekelijks met je trapfrequentie of stap in de winter eens op de mountainbike in plaats van de wegfiets.
Door constant nieuwe en onverwachte prikkels toe te dienen, geef je jouw lichaam de schop onder de kont die het nodig heeft om tot op late leeftijd snoeihard te blijven fietsen.