Langs de westkust van Corsica voert rit drie van de Tour vanuit hoofdstad Ajaccio noordwaarts richting Calvi. Jan Bakelants begint verrassend in het geel aan de rit van 145 kilometer, over veelal glooiende wegen. De hellingen zijn minder hoog en veeleisend dan die van een dag eerder, maar al bij al is het geen eenvoudige etappe. De Col de San Martino en de Col de Marsolino zijn de twee grootste obstakels op weg naar Calvi, beiden van de tweede categorie. De San Martino wordt na 58 kilometer beklommen en duurt in totaal 7,5 kilometer. Heel erg steil is de klim niet: 5,4 procent gemiddeld. Een loper, zogezegd.
Springplank De Marsolino heeft de top op 443 meter en vanaf dat moment is het nog dertien kilometer tot de aankomst. 'Slechts' 3,3 kilometer duurt de beklimming, met een gemiddelde van 8,1 procent. Wederom een perfecte springplank voor renners op jacht naar ritwinst dus, die de plannen van de sprinters hier ernstig kunnen verstoren. Voordat Calvi wordt bereikt, rijden de renners eerst nog door het prachtige natuurreservaat Calanche, dat een plaats heeft gekregen op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het is de laatste van het Corsicaanse drieluik waarmee de 100ste Tour van start gaat, daarna gaat de karavaan met de veerboot terug naar het Franse vasteland.
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fsource%2Fwieler-revue%2Fsource%2Fwielerrevue%2F2013%2F06%2FProfiel-Tour-Etappe-3.jpg)