Precies een week nadat de Tour in Luik startte, is het voor het eerst aankomst op een serieuze col. De enige Vogezenetappe van dit jaar leidt naar La Planche des Belles Filles, een klim die nog niet eerder door de Ronde van Frankrijk werd aangedaan. 199 kilometer moeten de renners afleggen, voordat de rit (Tomblaine La Planche des Belles Filles 199 km) finisht op de top van het enige skistation in het departement Haut-Saône. Het is geen rit waarin het klassement al in een beslissende plooi gelegd wordt. Maar om maar eens een cliché van stal te halen: hier kan je de Tour niet winnen, maar wel verliezen. Heb je een slechte dag op deze klim, dan ga je onherroepelijk met de billen bloot. De aanloop is overigens niet bijzonder lastig. Er zijn voor de slotklim twee colletjes van de derde categorie. La Planche des Belles Filles is er eentje van eerste categorie. 1148 meter hoog, zes kilometer lang, tegen een gemiddelde van 8,5 procent met stukken van 13 procent. Voordat het klimwerk begint overigens eerst nog een mogelijkheid voor de sprinters om punten voor groen te pakken. De tussensprint ligt na 103,5 kilometer bij Gérardmer. Dat is de plaats waar Pieter Weening in 2005 als voorlopig laatste Nederlander een Tourrit won.