Nu de renners in de Tour de France ook de tweede en laatste rustdag in de Drôme hebben verteerd, komen zo langzamerhand de Alpen in zicht. Al is de 16de etappe van de Tour nog geen echte bergrit, de streep is wel getrokken in het departement Hautes-Alpes, in de hoofdstad Gap. Toch staat er slechts één hindernis op het programma, een voorzichtiger opwarmertje voor de volgende dagen. De top van de Col de Manse van tweede categorie ligt op 11 kilometer van de finish en vormt dus een ideale springplank op weg naar de finish in Gap. Tot aan de voet van de beklimming is er eigenlijk niets aan de hand, zelfs geen colletjes van de vierde categorie. De Col de Manse, 1269 meter hoog, is voor de derde keer opgenomen in het Tourparkoers en opvallend genoeg telkens ingeschaald in een andere categorie. In 1972 kwam de Portugees Joaquim Agosthino als eerste boven op de berg, die toen het predicaat derde categorie meekreeg. In 1989 was het zelfs een col van de eerste categorie en was het Steven Rooks die op de top de punten voor de bergprijs mee pakte. De tenoren voor de eindzege zullen zich vandaag vast en zeker koest houden en de strijd om de dagzege overlaten aan de anderen.