Op de Franse nationale feestdag, Quatorze Juillet, trekt de Tourkaravaan voor het eerst het hooggebergte in. Dit is een dag waarop de favorieten met de billen bloot moeten. Net als twee jaar geleden zijn de Pyreneeën eerst aan de beurt, de Alpen worden deze keer bewaard voor de slotfase van de wedstrijd. De aanloop naar de eerste echte cols van de 94ste Tour de France is lang, maar dan is het ook direct serieus met drie grote bergen achter elkaar. Allereerst wacht de renners een noviteit, de Hourquette d'Ancizan. De top van de col van eerste categorie ligt op 69,5 kilometer van de streep en de helling is nieuw in de Tour. Daarna, met de top op 35,5 kilometer, wacht de Tourmalet. Een berg van buitencategorie, die natuurlijk geen nadere introductie behoeft. Vorig jaar eindigde de laatste bergrit bovenop de Tourmalet, na een toch tamelijk lauw duel tussen Alberto Contador en Andy Schleck. En dan is er nog de klim naar de finish: Luz-Ardiden. Eveneens van de buitencategorie en met de top op 1715 meter hoogte. De puntentelling voor de bergtrui is dit jaar overigens ook anders, want ASO hoopt dat de echte klimmers zich weer gaan interesseren voor het klassement. Zo zijn er nu alleen nog maar dubbele punten te halen als de aankomst ook op een grote col ligt. Benieuwd wat het effect zal zijn.